Sunflower Bean: ‘We wilden alle onuitgesproken regeltjes de deur uitgooien’

Het tweede album van Sunflower Bean, Twentytwo in Blue, lijkt in titel en in inhoud de nadruk te leggen op de jonge leeftijd van het drietal Amerikaanse jeugdvrienden. Tegelijkertijd is de upbeat poprock van het album strakker, gestroomlijnder en wereldwijzer dan die leeftijd zou doen vermoeden. Nick Kivlen (gitaar, zang), Julia Cumming (bas, zang) en Jacob Faber (drums) traden op in Paradiso, en maakten tevens een moment vrij in hun drukke tourschema om voor Nieuweplaat enkele vragen te beantwoorden.

Twentytwo in Blue. Jullie zijn nu allen 22 jaar oud, maar voelen jullie je ’blue’? Is de tekst van de titelsong op jullie huidige levens van toepassing?

Faber: ‘We verzonnen de naam pas toen het album al bijna klaar was. Toen we een poging deden de muziek van het album te visualiseren, kwam de kleur blauw bij ons allemaal naar voren. Blauw betekent voor ons niet zomaar verdrietig of melancholisch, maar representeert ook kracht en doorzettingsvermogen. Alsof je uitkijkt over een uitgestrekte oceaan, naar waar de blauwe hemel het water raakt, en het gevoel krijgt dat je alle elementen der natuur kan overleven.’

Een album maken over een leeftijd, terwijl je die leeftijd hebt. Dat moet een reflexieve ervaring zijn. Is het niet raar om de levens die jullie leven constant op een dergelijke artistieke manier te analyseren?

Faber: ‘Ik denk dat we meestal eerst maken en dan pas reflecteren. Dit album kwam voort uit een heel organisch creëerproces. Een kraan van creativiteit stond in ons allemaal open, en toen het album af was kregen we pas de tijd om terug te kijken en te beseffen wat we eigenlijk gemaakt hadden. Niet dat er nooit bepaalde bedoelingen of intenties achter de muziek staken, dat was zeker wél zo: we schreven een album dat een eerlijke representatie is van deze tijd van onze levens.’

Cumming: ‘Ik ben het eens met Jacob. We werkten vaak heel gevoelsmatig, en reflecteerden pas achteraf. We namen alles niet te nauw terwijl we aan het werk waren, maar lieten de liedjes stap voor stap groeien tot wat ze nu zijn.’

Hoe is het om op tour te gaan op zulke jonge leeftijd?

Faber: ‘Het is geweldig! Natuurlijk is het soms vermoeiend, maar de mogelijkheid om de wereld rond te reizen en onze muziek op verschillende plekken te verspreiden maakt de uitputting meer dan waard.’

Kilven: ‘Ik ben tot mijn achttiende nooit verder van huis gegaan dan mijn buurstaten, dus het toeren is voor mij een fantastische, verruimende ervaring. Het is de beste bijkomstigheid van het muzikantenleven, en ik zou het met niemand willen ruilen.’

Cumming: ‘Het heeft zeker een invloed op wie je bent en hoe je denkt. Je wordt nomadisch, en raakt zelfs gewend aan het constant kwijtraken van je spullen. Zen zijn is een vereiste!’

Jullie schreven een liedje met de titel Tame Impala, omdat jullie fans zijn van de band. Tame Impala schreef met dezelfde reden het liedje Led Zeppelin. Zijn er al liedjes met de titel Sunflower Bean geschreven?

Faber: ‘Ik denk dat we er één of twee tegen zijn gekomen op SoundCloud. Dat voelt zeker als een eer.‘

Nick, je hebt meermaals laten weten dat je een verandering zou willen zien in het genre rock’n’roll. ‘A more balls-out scene’, noemde je het. Heb je die verandering plaats zien vinden de afgelopen twee jaar, of is het nog steeds hetzelfde liedje in de rock’n’rollwereld?

Kilven: ‘Toen we onze band begonnen in 2013 merkten we op dat veel artiesten zich verborgen achter een masker van stoerheid. Bands waren heel enigmatisch en gitaarsolo’s, popstructuren en het dragen van kostuums tijdens optredens waren allemaal dingen die als uncool beschouwd werden. We wilden al deze onuitgesproken regeltjes de deur uitgooien en iets zelfverzekerders en authentiekers doen.’

Ook zeiden jullie dat de hele shoegaze en dreampop genres doodsaai waren geworden. Maar zijn er stiekem geen sterke shoegaze-invloeden in jullie muziek terug te horen?

Kilven: ‘Ik hou van veel shoegaze en dreampop, maar ten tijde van die uitspraak voelde het genre in New York nogal uitgemolken en star.’

Hebben jullie ooit wel eens seks met jullie eigen muziek aan?

Faber: ‘Ik niet…’

Cumming: ‘Dat klinkt vreselijk.’

Crisis Fest is een politiek nummer, dat is wel duidelijk. Richting het eind van het lied zingt Julia dat elke tragedie haar treurige clown heeft. Is Trump de treurige clown van onze tijd?

Kilven: ‘Hij is zeker de duidelijkste.’

Julia, je bent veel bezig met mode, en hebt zelfs als model gewerkt bij een kledingmerk. Ervaar je veel overlap tussen de twee artistieke passies van mode en muziek? Design je wel eens mode met bepaalde muziek in je hoofd, of andersom?

Cumming: ‘Ik voel eigenlijk weinig overlap tussen mode en muziek. Beiden zijn een deel van mijn artistieke uiting. Ik draag kunst om me mezelf te voelen, en mode is de commercie van die stijl. Ik design geen kleren met muziek in gedachten, maar ik denk wel dat de outfits die ik op het podium draag in relatie staan met de muziek die we maken. De kleding draagt bij aan de performance en de ervaring van een optreden. Op dit moment draag ik graag een rood jurkje met een t-shirt eronder, omdat dit zowel de vrouwelijke als mannelijke kanten van mij als artiest naar voren brengen.’

Twentytwo in Blue is sinds 23 maart verkrijgbaar.

    Wat vind jij van deze plaat?