Begin deze maand plaatste Frank Boeijen een met melancholie doordrenkt bericht op zijn website waarmee hij de release van zijn nieuwe plaat Paradijs Van Het Grote Niets aankondigde. Terugkerend thema: de vergankelijkheid. Daarover schrijft hij: ‘Uw zanger wordt ouder. Godzijdank. Volgend jaar november…2027! 1957-2027.’ Het kenmerkt de schrijfstijl van Boeijen; eenvoudig taalgebruik dat iets onheilspellends en gelaagds oproept. Wie daar vatbaar voor is, zal met Paradijs Van Het Grote Niets kunnen baden in literaire weelde.
De teksten van Boeijen zijn lang niet altijd even toegankelijk en door een zeker abstractieniveau vaak voor meerdere uitleg vatbaar. En daar gebeurt iets interessants. Boeijen weet zijn lyrieken zo vorm te geven dat de gemoedstoestand van de luisteraar duiding en betekenis aan een lied geeft. Het wonderlijke is dus dat dezelfde tekst gehoord door dezelfde luisteraar, maar in een andere staat van zijn, een andere interpretatie en emotie kan oproepen. Hemel In Je Hoofd bevat zo’n tekst en is op het ene moment een reflectieve innerlijke worsteling, het andere moment is het veel meer een ethisch manifest als reactie op de tijd waarin we leven.
Stella Maris I luistert als een overgangsrite van het stoffelijke naar het spirituele. Stella Maris betekent letterlijk “Sterre der Zee” en is een eeuwenoude titel voor Maria. In de katholieke traditie is zij een gids voor wie verdwaald is. Het lied opent met de zinnen ‘Ik ben gekomen om u te zeggen dat onze oude vriend onderweg is/Zijn huis vatte vlam.’ Wat sterk is, is dat de tekst zelf nergens expliciet religieus wordt. Die betekenis zit alleen in de titel. Daardoor ontstaat spanning tussen aardse herinneringen en een grotere, bijna existentiële dreiging.
Verderop op Paradijs Van Het Grote Niets horen we Stella Maris II en Stella Maris III en wordt het iets religieuzer van toon. Als de luistervolgorde wordt aangepast (eerst II, dan III en dan I) ontstaat een bijzonder drieluik. Een drieluik over betekenis, vergankelijkheid en liefde. Ademloos indrukwekkend.
Titelstuk Paradijs Van Het Grote Niets is met een lengte van acht minuten opvallend lang. De bijna sacrale muzikale begeleiding geeft een extra dimensie aan een lied dat gaat over wat echt van waarde blijkt als macht, bezit, oordeel en ego verdwijnen. Het antwoord daarop ligt (mogelijk) in het slotlied Mijn Lief Mijn Tedere Lief: ‘Jouw schoonheid, daar zijn geen woorden voor/Ik zoek ze al zo lang/Dit is weer zo’n tekortschietende vermetele poging.’ Of zoals Boeijen in zijn eerder genoemde bericht op zijn website als slotzin schrijft: laat de liefde zegevieren.
Paradijs Van Het Grote Niets mag in thematiek en tekstbeleving gerust een zwaar album genoemd worden. Niet per se een album waar je gemakkelijk toegang toe krijgt. Toch is het onder het gewichtige oppervlak onmiskenbaar Frank Boeijen en zijn er parallellen te trekken met de Boeijen uit de periode Zwart Wit (1984): diezelfde combinatie van maatschappelijk gevoel en urgentie met persoonlijke melancholie, maar op Paradijs Van Het Grote Niets is de vorm abstracter en bijna droomachtig. Paradijs Van Het Grote Niets is een album geworden waar je de tijd voor moet nemen om tot je te laten komen. Wie dat doet, wordt getrakteerd op vergankelijkheid in hartverzachtende muzikale vorm, dobberend op een zee vol liefde.
