Lola Young – I’m Only F**king Myself

Lola Young Myself

Waardering

7

8

Ook op haar derde album – I’m Only F**king Myself – hanteert Lola Young de recht-in-je-gezicht benadering. De openhartige dagboek-songteksten brengen nergens een scheidslijn tussen wat persoonlijk is (intiem maar deelbaar) en wat privé (te intiem dus niet deelbaar), waardoor luisteren naar I’m Only F**king Myself zowel ongemakkelijk als intrigerend is. Rauw, grof en ongepolijst laveert Lola Young veertien nummers lang tussen pijnlijke eerlijkheid en ongefilterde kwetsbaarheid, waarin het thema seks veelal centraal staat.

Zoals in F**k Everyone. ‘I’ve been touching on your father, giving him head/He’s been blowing up my phone, but I blow him instead’ is een zin die de intentie en intensiteit van het hele lied aardig samenvat. Maar wie de gehele songtekst tot zich neemt, zal tot de conclusie komen dat elke willekeurig gekozen zin uit deze song hier dienst had kunnen doen. Even expliciet, maar voorzien van een veel zachtere omlijsting is het lied One Thing. Deze omlijsting komt in de vorm van zero’s-r&b, zoals we die kennen van artiesten als Ne-Yo, Usher en Craig David. Later op het album horen we ook vleugjes Prince langskomen, bijvoorbeeld in Why Do I Feel Better When I Hurt You?. Songs als deze glijden heerlijk soepel het gehoor in en doen in geen velden of wegen denken aan Amy Winehouse, waar Lola Young zo vaak mee vergeleken is.

Over het lied Spiders zegt Young: “Soms wil je datgene waar je het meest bang voor bent in het leven doden, maar als je het echt onder ogen ziet, is het echt niet zo eng als je dacht.” Spiders is de sterkste track op I’m Only F**king Myself door de sterke opstuwende samenwerking tussen songtekst en productie. Het is niet zomaar een alledaags liefdeslied, maar meer een toneelstuk waarin je als luisteraar – bijna onvrijwillig – de drama-driehoek ingezogen wordt en in de rol van Redder wordt geduwd (de andere twee rollen zijn Slachtoffer en Aanklager/Dader). Dit zal zijn weerslag hebben op live-uitvoeringen van dit nummer, als het publiek de positie inneemt van trooster/geruststeller en er een symbiose ontstaat tussen zangeres en concertbezoekers. Nu al een kippenvel-moment nog voordat het gebeurd is!

Naast deze hunkerende, grofgebekte Young is er ook de zelfbewuste, sterke Young die strepen in het zand trekt. ‘Just cause you’re a man don’t mean you can sit there and treat mе like shit on your shoes’ uit Walk All Over You is de weergave van de glasheldere begrenzende andere kant van de Messy-zangeres. Laat het een muzikale reddingsboei zijn voor eenieder die zich in een gelijksoortige destructieve relatie bevindt. Minstens zo indrukwekkend is Who F**king Cares?. Andere thematiek, namelijk die van identiteitsverlies in een relatie, maar de impact ervan – mede door de diaristische tekst en uitvoering – is groots. Wat blijft er over als de eerlijkheid erodeert en je met elkaar een hoopje niets blijkt te zijn? Rauw, intiem, ontroerend en ongemakkelijk op hetzelfde moment.

En dat is misschien wel in een notendop wat I’m Only F**king Myself als album is: rauw, intiem, ontroerend en ongemakkelijk op hetzelfde moment. Dit is van toepassing op alle veertien tracks, maar bij de een sterker dan bij de ander. Tekstueel en soms ook muzikaal herhaalt Young zich net iets te veel om de plaat als geheel boven het maaiveld uit te tillen. Dat gezegd hebbende zijn er weinig artiesten die zich zo openlijk in de ziel laten luisteren zoals Lola Young dat toestaat. Dat brengt een kleurenwaaier aan emoties met zich mee: van een ‘too-much-info’-gevoel tot aan troostrijke ontroering. Het maakt het luisteren naar I’m Only F**king Myself intrigerend. Meer dan dat eigenlijk. Youngs ‘working class roughness’ zet aan tot nadenken over je eigen definities van persoonlijk en privé. Mogelijk hebben die ook te lijden onder enige vorm van erosie. Zo ja, dan biedt I’m Only F**king Myself een rijk aantal dagboek-handvatten voor herziening en herstel.