Thijs van den Bosch – Monsters

Deze week lag hij op mijn digitale deurmat, Monsters van Thijs van den Bosch. Ik was erg benieuwd naar dit album want ik ben een liefhebber van de muziek die hij produceert en uitbrengt onder het Frietboerism-label. Maar tegelijkertijd wist ik dat dit album anders zou zijn. Onder eigen naam uitgebracht en meer gefocust op lyrics dan op dikke, vette en distorted beats zoals op bijvoorbeeld de grotendeels instrumentale Frietboerism-albums. Plus, op dit album is Van Den Bosch zelf de voornaamste vocalist, in tegenstelling tot een incidentele bijdrage op andere albums. Kortom, dit zou een album zijn met een veel persoonlijker karakter, een album waarin Thijs van den Bosch laat zien wie hij is in plaats van alleen wat hij kan. De vraag is dan, hoe pakt dit uit?

Laat ik beginnen met vaststellen wat voor een soort album Monsters eigenlijk is. Het zou natuurlijk heel makkelijk zijn om te zeggen dat dit een hiphop album is, maar dat is té makkelijk. Wat mij betreft gaat het namelijk net wat verder dan een doorsnee hiphop album. Er staan namelijk ook tracks op waarin er alleen maar gedeclameerd wordt. Er wordt poëzie voorgedragen, zonder verdere muzikale omlijsting. Nu ben ik geen fan van poëzie, maar het past op dit album. Het onderstreept nog eens het belang van woorden op dit album, want dat is wat Thijs van den Bosch vooraf heeft gezegd: “Woorden zijn belangrijk op Monsters.” Het mooie aan de poëzie op dit album is ten eerste dat het het album een heel persoonlijke uitstraling geeft en ten tweede dat het je iets geeft om over na te denken. Het zijn geen hapklare stukken tekst, het geeft ruimte tot interpreteren.

De eerste track op het album, ‘Welkom’, fungeert als intro en geeft meteen een goed beeld van wat we kunnen verwachten op Monsters: scherpe en kritische teksten over fijne, door Thijs van den Bosch zelf geproduceerde hiphop beats. Dat is ook de hoofdmoot van dit album en wat mij betreft slaagt het album daarmee prima in zijn opzet. De beats zijn lekker, de teksten scherp, de tracks gevarieerd en de gastvocalisten een aangename afwisseling. Het beste voorbeeld daarvan vind ik track veertien, ‘Bodem Van De Zin’. De flow in deze track steekt wat mij betreft boven de rest uit, mede doordat de vrij rustige vocalen van Thijs van den Bosch dicht op de microfoon bijna fluisterend lijken te zijn ingesproken waardoor zijn stemgeluid het beste tot zijn recht komt. Daarnaast vind ik ook de bijdrage van Jan Tensen ijzersterk. ‘Bodem Van De Zin’ kan ik rustig een paar keer achter elkaar luisteren.

Wat dat betreft hebben we het hier over een verrassend sterk ‘debuutalbum’, als we het zo mogen noemen. Maar het album heeft meer facetten. Naast de eerder genoemde poëzie is er op Monsters ook ruimte voor een komische noot. Zoals bijvoorbeeld track vijftien, ‘Sommige mensen’. Het is eigenlijk meer een interlude die eindigt met de door Van den Bosch gesproken woorden: “Kijk, sommige mensen, die hebben haren uit hun neus groeien, net zoals ik.” Het is natuurlijk persoonlijk, maar ik moet daar erg om lachen. En daarnaast toont het ook de mentaliteit van Thijs van den Bosch, je kan heel serieus met iets bezig zijn, zoals het produceren en uitbrengen van dit album, maar je moet vooral jezelf niet al te serieus nemen. Laat dat anderen maar voor je doen.

Al met al is Monsters muzikaal en tekstueel een sterk en gevarieerd geheel. Aan de ene kant gebiedt eerlijkheid mij te zeggen dat je op sommige momenten kan horen dat er geen grote, dure productiemaatschappij achter zit – soms komen vocals net niet helemaal goed uit de verf – aan de andere kant is dat juist een pluspunt aan dit album omdat het duidelijk Thijs van den Bosch is die tot je spreekt, en niet een producer met dollartekens in zijn ogen. De kracht van dit album is de onafhankelijkheid en het individualisme ervan, waarbij de gastvocalisten zorgen voor de variatie. De beats zijn dik, de lyrics scherp en voor de afwisseling word je op Monsters ook nog getrakteerd op een komische noot en een poëtische inslag. Kortom, het is een veelzijdig album waarin de persoon Thijs van den Bosch duidelijk naar voren komt waardoor het album  zeer persoonlijk aanvoelt. Dat dit album daardoor niet voor iedereen even toegankelijk is, is wellicht de keerzijde, maar dat neemt niet weg dat als je het een kans wil geven je ongetwijfeld net als ik zal concluderen dat het album een sterk geheel vormt, zeker als je nagaat dat dit het eerste album is wat Thijs van den Bosch onder zijn eigen naam uitbrengt. Een ‘debuutalbum’ om trots op te zijn en een album dat ik in ieder geval met enige regelmaat aan ga slingeren.

Oh ja, ik wilde Monsters eigenlijk een acht geven, maar omdat het album voor iedereen gratis beschikbaar is en het Thijs van den Bosch gaat om het delen van zijn muziek en visie in plaats van om het verdienen van euro’s, zeker een punt erbij.

Wat vind jij van deze plaat?