Mercy John zet met zijn nieuwe album Stereocolor een dappere stap. John Verhoeven en zijn band hebben zich hoorbaar een nieuwe sound aangemeten: van kleine americana naar frisse, radiovriendelijke indiepop. Voldoende reden om de Brabander aan de tand te voelen over deze switch en de totstandkoming van het nieuwe album.
Ik heb Stereocolor geluisterd en ik was toch wel verrast over wat ik hoorde. Verbaast dat je?
‘Nee, dat vind ik niet vreemd. Hiervoor heb ik drieënhalve americana-platen gemaakt, maar nu zijn we wel bewust een andere weg ingeslagen.’
Waarom heb je de sound van Mercy John zo overhoop gegooid?
‘We hebben de laatste jaren op steeds grotere podia gespeeld. Tuckerville, Paaspop. En dan vallen veel van die kleine liedjes toch wel wat weg. Daarom ben ik bewuster gaan schrijven naar muziek die meer overeind zou blijven op een festival of een groter podium. Ik wil wat meer kunnen brengen.’
Welke invloed heeft de samenwerking met Peter Slager (BLØF) als producer hierop gehad?
‘Ik had hiervoor nooit echt met producers gewerkt, omdat ik het zelf liever in de hand wilde houden. Maar van Peter neem je echt wel iets aan. We zijn samen tot deze nieuwe sound gekomen. Er waren momenten waarop ik zelf een beetje terug wilde krabbelen: Is dit niet te veel synthesizer? Is dit niet te veel koor? Maar dan was Peter er als de kippen bij om te zeggen: ‘dan gaan we ook all the way.’ We gaan echt een nieuwe weg op of niet. Niet een beetje ertussenin. En daar ben ik wel blij om.’
Zat er naast het verleggen van jouw eigen grenzen ook een strategisch doel achter?
‘Ik zal niet ontkennen dat de muziek toegankelijker is voor een breder publiek. Er zijn genoeg momenten waarop je bij liveshows het publiek een rol kunt geven bij deze liedjes. Met die kleine ‘tokkelliedjes’ heb je dat niet zo. Dat is meer eenrichtingsverkeer waarbij het meer draait om het verhaal achter het liedje. De liedjes op Stereocolor gaan natuurlijk wel ergens over, maar zijn wat minder persoonlijk.’
Was de stap naar een groter publiek sowieso niet gelukt als je americana was blijven maken?
‘Het is wel echt moeilijk om dat genre naar een groter publiek te brengen. Binnen Nederland is Danny (Vera, red.) een uitzondering, maar die heeft er een hele persoonlijkheid bij. Een hele entourage. Ik wil op het podium meer gas kunnen geven op sommige momenten en iets bij een breder publiek teweegbrengen. Er zullen vast mensen afhaken die komen voor de pedal steels, dobro’s en de banjo’s. Maar ja, die zitten voorlopig even niet meer in de muziek.’
Ik kan het leven echt wel vieren, maar in mijn muziek schrijf ik blijkbaar makkelijker de frustraties van me af dan het geluk.
Waarom heeft americana het toch zo moeilijk in Nederland?
‘Het landt gewoon niet zo. Het is ook moeilijk om dat type muziek op de radio te krijgen en dat blijft gewoon superbelangrijk. Ik had eerlijk gezegd gehoopt dat er na het grote succes van Roller Coaster (Verhoeven schreef dat nummer samen met Danny Vera, red.) wat meer aandacht zou komen. En dan heb ik het niet per se over mezelf, maar over het genre. Dat artiesten wat meer aandacht zouden krijgen. Maar dat is toch wat achterwege gebleven. Het is ook niet zo dat Danny nog hit na hit heeft op de radio…’
Wel zonde…
‘Het is jammer. Aan de andere kant: het heeft ook wel iets om het een beetje voor jezelf te hebben. Ik heb hier een kast vol met americanaplaten staan, waarvan mijn vrienden er negen van de tien niet kennen. Het is ook wel leuk dat je er lekker met andere liefhebbers over kunt nerden.’

Je moest voor Stereocolor behoorlijk uit je comfortzone. Hoe heb je dat gedaan?
‘Op zich is het al een paar jaar aan de gang. Op mijn vorige album Nights On Fire hoor je ook al iets meer synths en samples in de muziek. Nu hebben we nog iets meer lef getoond. Ik ben wel iemand die zich normaal druk maakt om wat andere mensen ervan vinden, maar nu is het wel gelukt om dat een beetje los te laten. Niet meer zo moeilijk doen en puur afgaan op welke songs ik zelf op de radio zou willen horen.’
En wat horen we dan als we naar het album luisteren?
‘Sommige mensen zullen zeggen dat er iets van Sam Fender in zit. Of van Bruce Springsteen. Dat zijn ook wel de artiesten waar ik de laatste tijd veel naar luister. Fender, Springsteen, The War On Drugs, Hozier. Daar pak je elementen van en die stop je in jouw muziek. Een saxofoon is bijvoorbeeld totaal nieuw voor mij.’
Ja, die saxofoon. Vooral in Brothers speelt hij echt de hoofdrol.
‘We hadden dat nummer geschreven en ik zei tegen Peter: ik mis iets wat het nummer nog meer vibes geeft. En Peter zei gelijk: ‘saxofoon!’ Hij kende nog wel iemand die ook weleens live met BLØF had gespeeld. We stuurden het liedje op om te kijken waar hij mee kwam. Nou, dat liedje kwam terug en het was meteen supervet.’
En de saxofoon komt vaker terug op Stereocolor.
‘Ik wist gelijk dat we dit vaker moesten doen. Al hebben we nu wel een probleem, want als in januari de tour begint, heb ik eigenlijk een saxofonist nodig… Dit kun je niet op tape doen, daarvoor is de sound te goed. Dit móét je live brengen. Het zijn wel dingen die ik vroeger niet gedurfd zou hebben. Ik zou gelijk in problemen hebben gedacht. Nu zei Peter: ‘doe nou maar, dan zien we later wel hoe we dat live doen.’ Misschien moet ik zelf maar gewoon gaan oefenen.’
Het album gaat veel over de tegenstrijdigheden van het leven. Waar zitten de grootste tegenstrijdigheden in het leven van Mercy John?
‘Eigenlijk ben ik een behoorlijke zwartkijker. Redelijk gevoelig voor depressies, burn-outs. Alles is wel zo’n beetje voorbijgekomen. Terwijl ik eigenlijk weinig heb om over te klagen. Ik heb het best wel op de rit. Ik heb dit ook terug laten komen in de albumhoes. Die is bewust voor een deel zwart-wit en aan de onderkant juist kleurrijk. Het benadrukt die tegenstrijdigheid tussen mijn zwart-wit-denken en het toelaten van meer kleur.’
Hoe uit deze tweestrijd zich in jouw muziekcarrière?
‘Live spelen is iets waar ik bijvoorbeeld maanden naar uit kan kijken. Maar als puntje bij paaltje komt, denk ik altijd weer: waarom wilde ik ook alweer artiest zijn? Dan wil ik veel liever alleen zijn. Dat hele outgoing dat je op het podium ziet… eigenlijk ben ik dat helemaal niet. Dit gesprek is al een beetje buiten mijn comfortzone. Social media, ook zo’n ding. Ik snap dat ik promo moet doen en dat video’s veel beter zouden werken dan wat posts van foto’s of logo’s. Maar ik vind het gewoon zó awkward om mezelf continu te filmen en voorop te stellen. Dus dat zit altijd een beetje in de weg. Er zit veel onzekerheid en die neemt soms een loopje met me.’

Jouw zelfkennis is al wel een goede eerste stap om hiermee om te gaan, lijkt me.
‘Die zelfkennis heb ik door de jaren heen opgedaan. Ik heb echt wel flinke kloteperiodes achter de rug, met depressies. De eerste keer was dat zó heftig… dat kwam uit het niks opzetten. Ik kan daar nu veel beter mee omgaan, ik voel wanneer ik mezelf voorbijloop.’
Hoe moet dat als dit album een groot succes wordt? Zou dat jouw tegenstrijdigheden weer triggeren?
‘Het is gek. Je streeft aan de ene kant continu naar een volle agenda met shows. Blijven schrijven om maar die aandacht te behouden. Maar als ik met Danny door Middelburg loop om een kopje koffie te drinken… die gast kan geen vijf minuten lopen of hij wordt aangesproken. Ik moet er niet aan denken. Dan heb ik liever die anonimiteit. Maar ik wil wél dat mensen mijn muziek horen en dat ze het tof vinden om naar te luisteren. Anders zou ik het niet uitbrengen.’
Roller Coaster was dus eigenlijk de ideale situatie?
‘Hahaha ja, daar zat ik aan de goede kant. Mensen zeggen weleens: ‘wat jammer dat jij dat niet hebt uitgebracht.’ Maar dan was het nooit zo’n grote hit geworden. Danny was al veel bekender en speelt het gewoon hartstikke goed. Het is écht zijn liedje en ik ben blij dat ik daar mijn bijdrage aan heb kunnen leveren, omdat het heel veel mensen raakt. Als ík het had uitgebracht, had het ergens op een album gestaan en hadden alleen die americana-nerds ervan afgeweten. Dan is dit veel beter.’
Live spelen is iets waar ik maanden naar uit kan kijken. Maar als puntje bij paaltje komt, denk ik altijd weer: waarom wilde ik ook alweer artiest zijn?
Je zei net al dat de liedjes op Stereocolor wat minder persoonlijk zijn. Waar gaan de nummers dan wél over?
‘Er zit wat meer frustratie in over de wereld waarin we leven. Neem We Don’t Talk Anymore. Ik heb twee zoons van veertien en vijftien en dat opvoeden is tot daaraantoe. Wat pas écht intensief is, is om die gasten van dat scherm af te houden en sociale voelsprieten mee te geven. Dingen laten zien van de wereld die de moeite waard zijn. Een boek lezen. Naar een museum gaan. Dingen die ik zelf belangrijk vind. En natuurlijk: we doen allemaal heel veel met schermen en AI en alles. Dat is allemaal belangrijk en daar hoeven we niet voor weg te lopen. Maar het houdt me wel bezig.’
Vrolijkere muziek, maar niet per se vrolijkere lyrics dus.
‘Mijn vriendin zegt weleens: ‘kun je nou nooit eens een positief liedje schrijven?’ Als er dan een album uitkwam, ging ze luisteren en dan zei ze weer: ‘het is wel heel negatief’. Ze vindt ook dat ze er zelf vaak zo slecht vanaf komt, hahaha. Liedjes die gaan over dat we ruzie hebben gehad of zo. Maar over Stereocolor zei ze dat hij in ieder geval vrolijk voelt. Al krabbelde ze wel wat terug toen ze zich in de lyrics ging verdiepen… Ik kan het leven echt wel vieren, maar in mijn muziek schrijf ik blijkbaar makkelijker de frustraties van me af dan het geluk.’
Wat heb je geleerd van het maken van het album?
‘De strekking van het album is wel om het gewoon allemaal iets meer op zijn beloop te laten. Proberen meer de kleur te zien en wat minder het zwart-witte. Voorheen probeerde ik de spontaniteit een beetje in te perken, maar nu zijn er heel veel dingen on the spot gebeurd. Wat minder het strakke en de kleur zijn werk laten doen. Dat is de verandering in mijn leven en mijn muziek die ik hiermee wil vieren.’
Het nieuwe album Stereocolor van Mercy John is verschenen op 21 november. Op 31 januari start de clubtour van de band met optredens door heel Nederland.
Credits fotografie: Sander van den Berg
