Op de dag dat hun nieuwste theatervoorstelling Bal op het dak in de Ziggo Dome in première gaat, presenteren Acda en de Munnik het eerste deel van wat een dubbel-lp moet worden. Dit deel draagt de titel De Een. De tweede plaat, getiteld De Ander, verschijnt ergens volgend jaar. Maar wie met de gedachte leeft dat het twee goedgevulde platen gaan worden, komt in ieder geval bij De Een bedrogen uit, want het telt slechts zeven liedjes met een totale speelduur van 24 minuten. Ter illustratie: hun eerste drie albums (Acda en de Munnik, Naar Huis en Hier Zijn) tellen alle drie veertien tracks (de verborgen track op Hier Zijn meegeteld) en duurden respectievelijk vijftig en twee keer 53 minuten (de tien minuten stilte tot aan de verborgen track op Hier Zijn niet meegeteld).
Zeven liedjes als helft van een tweeluik voelt dus wat magertjes. Alsof het geheel niet op tijd klaar was voor aanvang van de nieuwe voorstelling en een dubbel-lp de oplossing (lees: het noodverband) was. Zo kan in ieder geval het deel dat wél klaar is met het publiek gedeeld worden voorafgaand aan de theatershow.
De (korte) plaat zelf dan. Daar zijn productioneel wel een paar vraagtekens bij te plaatsen. Zo niet bij het eerste lied, Niets Doen, dat eind september als eerste single van De Een verscheen. Een typisch Acda en de Munnik-lied met filmische verhaallijn en immer herkenbare harmonische samenzang. En ook bij Dan Heb Ik Jou valt genoeg te genieten, bijvoorbeeld bij de zin ‘Ik weet me geen zorgen, vroeg in de morgen.’ Deze zou zo afkomstig kunnen zijn van Jacques Brel die, nog meer dan Acda en de Munnik, het vermogen had om taal net een beetje te ontregelen zodat er een emotionele waarheid ontstaat die correct taalgebruik eigenlijk niet kan vangen.
Maar dan Zomaar Zomer Zondag. Ook hier zit het tekstueel allemaal ragfijn in elkaar, maar wat zijn de gedachten geweest bij het wegzetten van de tweede stem (die van Thomas Acda) in dit lied alsof hij meezingt vanuit de badkamer die twee verdiepingen hoger gelegen is dan de plek waar Zomaar Zomer Zondag is opgenomen? Het geeft de indruk dat de producent meer bezig is geweest met laten horen wat hij met een lied kan in plaats van zich de vraag te stellen wat een lied nodig heeft. Daar moet overigens wel bij gezegd worden dat deze productietechniek wél goed uitpakt als na drie-en-een-halve minuut de outro wordt ingezet en het lied een Counting Crows-achtige sfeer krijgt.
De truc om een track een spontaan ik-was-erbij-gevoel mee te geven door achtergrondgeluiden toe te voegen, kennen we nu wel. Dat “de recorder stond nog aan”-effect heeft een paar keer goed gewerkt, bijvoorbeeld op Als Je Bij Me Weggaat en Bij Haar Zijn. Een yeehaah, geroezemoes, iemand die iets zegt nadat het nummer eigenlijk afgelopen is: het suggereert intimiteit en spontaniteit.
Maar zodra je het procedé herkent, zoals bij Het Slaat Om, gebeurt precies het tegenovergestelde en komt zo’n song opeens op afstand te staan. Een andere bekende truc is succes kopiëren. Het lied Lieve Jo barst ervan uit zijn voegen. Men neme een roffelende intro-drum en een repeterend piano-riffje, drapeer daar vervolgens een (in dit geval veel te dominant geproduceerd) Hammond-orgelsound overheen en vul aan met een makkelijk mee te zingen refrein volgens De Kapitein Deel II-formule en uw lied is klaar. Het refrein is in dit geval ‘Het is verschrikkelijk dit, echt verschrikkelijk, maar ook verschrikkelijk mooi’. Kunt u vast oefenen mocht u kaarten hebben voor een van de drie voorstellingen van Acda en de Munnik dit weekend in Amsterdam.
Ooh La La geeft aan het eind nog een laatste rondje “de recorder stond nog aan”. Had niet gehoeven, de dorst was al een tijdje weg. Wat na 24 minuten rest is vurige hoop dat het nog te verschijnen tweede deel van dit dubbelalbum, De Ander, meer gewicht in de schaal legt dan dit eerste deel. De beste samenvatting van De Een geeft Paul de Munnik eigenlijk zelf in het eerdergenoemde Dan Heb Ik Jou: ‘Alle kanten op, maar nergens heen.’
