De grond van Stoke-on-Trent, een Engelse stad met zo’n 260.000 inwoners, blijkt muzikaal vruchtbaar. Onder anderen Robbie Williams groeide er op en ook Guns N’ Roses-gitarist Slash woonde er de eerste jaren van zijn leven voordat hij met zijn moeder verhuisde naar Amerika. Minder bekend is Dan Croll. Deze singer-songwriter en multi-instrumentalist lanceert zijn vijfde studioalbum getiteld Winning Streak.
De muziek van Croll is een bijzondere mengelmoes. Een combinatie van seventies Brill Building-tekstschrijven (Carole King, Neil Sedaka), McCartney-achtige melodielijnen, gezongen met een stem die de ene keer de sfeer heeft van Neil Finn (Crowded House) en de andere keer meer hangt richting Tom Chaplin (Keane). Op zijn eerdere werk voegde hij daar nog wel eens elektronische beats of andere ritmische elementen aan toe, maar die blijven op Winning Streak van bescheiden inbreng.
Best Laid Plans is de eerste van in totaal twaalf sfeervolle herfstliedjes. Het zet de stemming van het album direct klemvast met een gitaarintro van James Taylor-kwaliteit. Wat meteen opvalt is zijn close-to-mic opnamestijl en daardoor hoorbare stemdetaillering: ademhaling, kleine verschuivingen in articulatie, de aanzet van een klinker. Het lied krijgt daarmee iets intiems, alsof Croll vlak naast je in de woonkamer zit te zingen. Een knisperend haardvuur kunt u er naar behoefte (vrij eenvoudig) bij fantaseren.
De tweede track, Most Of All, valt op een vergelijkbare manier met de deur in huis. Het intro duurt een seconde, waarna de zang inzet met een soepele McCartney-kopstem. Luister ook vooral naar de wijze waarop Croll klinkers uitrekt en de bijna achteloos gezongen melodische wendingen. Hij is zich volstrekt bewust van zijn Beatle-achtige sound, getuige de tekstuele knipoog in dit lied: ‘Taking a moment down a winding road…’ Voor de niet-Beatles-kenner: de laatste keer dat de vier bandleden samen in de studio aan een nummer werkten (april 1970) was aan het lied The Long & Winding Road.
Wat meer tempowisseling en daarmee een wat energieker geluid, is het als Roy Orbison-klinkende Peace And Quiet. Wat meer tempo kon Winning Streak ook wel even gebruiken om te voorkomen dat de luisteraar weg dut. Het lied heeft een opvallende sfeer die op hetzelfde moment zowel melancholiek als voorzichtig psychedelisch klinkt. Het heeft iets van een sprookjesachtig bospad zonder meteen knus en kneuterig te worden. Die bospad-associatie was de producer blijkbaar ook opgevallen, want Peace And Quiet gaat vervolgens zowel in tekst als sfeer vloeiend over in Birdsong, waarbij de blokfluiten die het lied openen fungeren als zangvogels.
In Try Try Try zal menigeen het Crowded House-geluid van eind jaren tachtig en begin jaren negentig herkennen en valt wederom op hoe catchy de refreinen zijn die Croll produceert. Alsof ze al in je geheugen gegrift stonden voordat je ooit gehoord had. Dat geldt ook voor het lied All To Be Loved By You, hoewel daar ook iets anders gebeurt. De tweede regel van deze track luidt: ‘A man like me needs all the help he can get.’ Leg dit eens naast de tweede regel uit het lied Somewhere Only We Know van Keane (2004) en hoor de gelijkenis in zowel klankkleur, gebruik van een elektrische piano als in melodielijn. Het zal niet resulteren in een plagiaataanklacht, maar het zit er ook weer niet heel ver van af.
Titel- en slotstuk Winning Streak heeft nog een one-liner in petto waarvan je je bij het horen afvraagt hoe het kan dat deze, zo enorm voor de hand liggende zin, nog nooit eerder in een songtekst is voorgekomen: ‘No sound sweeter than my love’s applause.’ Applaus voor Dan Croll die voor dit album veel meer erkenning verdient dan hem tot nu toe ten deel is gevallen. Wat een heerlijk herfstalbum.
