Het is winter 1992. Post-hardcoreformatie Fugazi worstelt met materiaal voor hun nieuwe album In On The Killtaker. Er zijn tracks, wat halfbakken opnames, maar de boel komt maar niet echt van de grond. De bevriende producer Steve Albini biedt aan om er samen naar te kijken en de vier bandleden springen in de auto richting Chicago. Het wordt een oergezellige week; er wordt gekaart, gepraat, veel gelachen, en alle twaalf nummers worden in vier dagen opgenomen in de toen nog kleine thuisstudio van Albini.
Eenmaal thuis wordt het materiaal, dat in Chicago nog goed klonk, toch als “niet goed genoeg” bestempeld. En Albini is het daar volledig mee eens. De opnames verdwijnen in een la.
Het is 7 mei 2024 en onverwachts overlijdt Steve Albini. Hij was inmiddels een grootheid in de alternatieve rockscene, en gelauwerd door iedereen die met hem heeft gewerkt (een kleine opfrisser: Nirvana, Bush, Pixies en PJ Harvey ‘to name a few‘). Daarnaast was hij gitarist in compromisloze bands als Big Black en later Shellac.
Deze week besloot Fugazi het materiaal alsnog uit te geven. Het digitale album is te koop via Bandcamp en de opbrengsten gaan volledig naar Letters Charity (letterscharity.org) een non-profit organisatie voor mensen die het niet breed hebben, en waarvan Albini’s weduwe Heather Winna voorzitter is.
Muzikaal valt er voor de originele afwijzing van de opnames iets te zeggen. Het album klinkt wat dof, als een liveopname in een te kleine zaal. Maar toch heeft het charme, en de die-hard Fugazi-fans zullen deze lo-fi opnames omarmen als een verloren kind. Juist door het verhaal erachter.
Maar nog even terug naar Steve Albini. Hij had een uitgesproken afkeer van de artiestenuitbuitende muziekindustrie. Van albumroyalties wilde deze recalcitrante producer dan ook nooit weten. Hij liet zich gewoon per uur betalen (‘als een loodgieter’, zoals hij zelf zei) maar had daardoor moeite om zijn befaamde Electrical Audio studio draaiende te houden. Om de gaten te dichten verdiende hij geld bij als kundig professioneel pokeraar. Al met al reden te meer om dit album niet alleen als een verloren kind te zien, maar zeker ook als een monument voor de bijzondere man die Steve Albini was.