Asgeir – Julia

Waardering

8

Bluesgitarist B.B. King noemde zijn gitaar Lucille. Formule 1-coureur Sebastian Vettel gaf zijn raceauto elk seizoen een nieuwe naam. Onder anderen Julie, Abbey en Suzie passeerden de revue. De IJslandse muzikant/singer-songwriter Ásgeir doet iets soortgelijks en gebruikt daarvoor de naam Julia. Julia is de personificatie van zijn ‘zijn’, het stemmetje dat alles belichaamt: twijfel, verlangen, herinnering, richting, zachtheid. Zonder al te diep in te gaan op het psychologische principe dat hierachter schuilgaat, zou je kunnen zeggen dat Ásgeir op deze manier onderzoekt hoe hij zich verhoudt tot zijn innerlijk kompas.

Dat kompas, in de vorm van openingstrack Quiet Life, klinkt als volgt: ‘I don’t know if I can give you all that you need/I’ll roll the dice, put it all on the line for you.’ De innerlijke spanning is herkenbaar en menselijk, maar wordt nergens ongemakkelijk. Daarvoor is het timbre van Ásgeir te mild en verzoenend. Ontwapenend bijna. Het lied Against The Current gaat over verandering en vervorming van identiteit. Julia is hier de spiegel die zorgt voor zelfconfrontatie via reflectie. ‘Stare into the water/See myself swimming in the sky’ is de schitterend paradoxale openingszin van dit lied. Tekstueel voel je aan je water aan dat het toewerkt naar een kruispunt. Niet als bestemming of oplossing, maar als markeerpunt van onomkeerbare keuzes.

Gaat het lied Smoke nog over de fase waarin keuzes voor hem werden gemaakt (‘She used to tell me which way to go If i was standing on a dividing road’), gaat titelstuk Julia in de vorm van een IJslandse folkmythe veel meer over het omarmen van de eigen intuïtie. Een kruispunt suggereert vaak iets achterlaten, maar in het lied Stranger blijkt dat het kruispunt ook iets heeft teruggegeven aan de protagonist: ‘But the river hasn’t changed, it’s still running through my veins/As it did when I was young, and I know it will keep on flowing.’ Met andere woorden: een herboren besef van wat altijd al door hem heen stroomde.

Into The Sun, het slotlied, gaat aan de oppervlakte over opstijgen en loskomen. Toch zal menig luisteraar de sfeer van lichte onrust niet ontgaan. Dit komt vooral doordat dit lied tekstueel doet denken aan het verhaal van Icarus. In de mythe van Icarus is de val niet alleen straf voor hoogmoed. Het staat ook symbool voor de tragiek van verlangen.

Met de acht tracks die een brug vormen tussen openings- en slottrack, ontstaat het overstijgende beeld dat de zoektocht naar richting even gevaarlijk kan zijn als het ontbreken ervan. Julia is in dat opzicht een album dat weliswaar vertrouwd, maar niet veilig voelt. En dat is maar goed ook, want kunst die veilig voelt blijft zelden hangen.

Toegegeven, deze recensie duikt meer dan gebruikelijk de diepte in. Het is een poging om duidelijk te maken dat Ásgeir niet over één nacht ijs is gegaan bij het schrijven (voor het eerst geheel alleen) en produceren van Julia. Er is op verschillende niveaus veel te ontdekken. Voor de sfeerluisteraar is de plaat rijk aan mooie, verstilde, introspectieve folkpopsongs. De identiteitszoeker hoort een album over zelfbeeld, projectie en autonomie. En voorbij de psychologie wachten er voor de archetypische luisteraar symbolische en mythische lagen die neigen naar een initiatierite. En dat alles vervat in één naam: Julia.

Tags