Rival Sons – Great Western Valkyrie

Met een zanger als Jay Buchanan die over een enorm bereik beschikt, kan het al bijna niet meer fout gaan. Rival Sons geeft alles op hun vierde studioplaat en wordt niet langer ondergesneeuwd door andere bluesrockers als Jack White en The Black Keys.

Sinds 2009 zijn ze bezig een bluesrock sound te ontwikkelen die per plaat beter wordt. Met het risico de verwachtingen te hoog te maken, kunnen ze worden vergeleken met Led Zeppelin, The Doors en zelfs een beetje Jeff Buckley. Naast de opvallend harde drums (bijvoorbeeld op de single Open Your Eyes), ‘70’s gitaren en snelle solo’s vormt de stem van Buchanan een onmisbaar onderdeel van de band. Laag, hoog, langgerekt, schreeuwend, jankend; hij lijkt het feilloos en met gemak te doen.

Met Great Western Valkyrie hebben ze, toevallig of niet, een passende titel gekozen. In de Noorse mythologie waren de Walkuren (Valkyrie) grimmige doods- en oorlogsgodinnen die op hellehonden mensen van het slagveld plukten. Met dezelfde passie lijkt die album in elkaar gezet. De nietsontziende opening Electric Man zet met zijn tempo en schreeuwende vocalen gelijk de toon. En die is onmiskenbaar ‘70’s.

Het tweede nummer Good Luck zou wel eens een zomerhitje kunnen worden. Het heeft een ontzettend catchy refrein dat gedreven wordt door een basslijntje. Het begin doet zelfs denken aan Jefferson Airplane in hun hoogtij dagen. Met Secret en Play The Fool worden het tempo en de energie gewoon voortgezet. Good Things doet op zijn beurt weer denken aan The Doors, niet geheel toevallig door de het gebruik van een orgel. Wederom word je betoverd door de stem van Buchanan die van hoog naar laag vliegt zonder aan scherpte te verliezen.

Op de tweede helft van het album kakt het tempo enigszins in, maar neemt de kwaliteit niet af. Je krijgt de tijd om op adem te komen. Where I’ve Been is bijvoorbeeld een prachtige ballad, geheel met koor. Hier laat Buchanan zien dat hij ook rustig en met zeer veel gevoel kan zingen. Belle Star gaat van agressief, naar rustig en weer terug. Het album bevat nagenoeg geen tegenvaller, of het moet het dertien in een dozijn nummer Rich And The Poor zijn. Het album sluit af met een nummer dat in een jam eindigt. Destination On Course heet het, en dat is precies welke kant Rival Sons op gaat. Een band om in de gaten te houden.

Wat vind jij van deze plaat?