De wegen van Wild Romance hebben eigenlijk nooit recht gelopen. Dat past ook niet bij dé Nederlandse vertegenwoordiger van het rock-‘n-roll-bestaan. Maar zo bochtig als het afgelopen halfjaar was het zelden, met het overlijden van gitarist Dany Lademacher begin juli als emotioneel dieptepunt. Toch gaat de band verder. Ze touren door het land en met Too Much Is Never Enough verschijnt zelfs een nieuw album. Nieuweplaat sprak met zanger Jo De Roeck, op een moment dat de rust rond Wild Romance nog altijd niet was teruggekeerd.
De zon schijnt volop en De Roeck leunt eens achterover aan de houten picknicktafel. Eigenlijk had gitarist David Hollestelle naast hem moeten zitten, maar hij is niet komen opdagen. ‘Hij was gisteren al ziek’, verduidelijkt tourmanager Marcel Brood. Twee dagen later wordt voor iedereen duidelijk wat er daadwerkelijk aan de hand is. Via zijn Facebook-account kondigt Hollestelle aan Wild Romance per direct te verlaten om ‘persoonlijke redenen’. Hoewel de band het besluit respecteert, is de timing ongelukkig: het nieuwe album Too Much Is Never Enough komt eraan en Wild Romance zit midden in een tour. De optredens gaan door, maar noodgedwongen zonder Hollestelle.
Het is niet onwaarschijnlijk dat het overlijden van Lademacher de beslissing van Hollestelle in een stroomversnelling heeft gebracht. Inmiddels is ook duidelijk hoe de (nabije) toekomst van de overgebleven Wild Romance-leden eruitziet. De band gaat verder onder de naam Romanza Brava en belooft naast nieuwe muziek ook de nalatenschap van Wild Romance in stand te zullen houden. Het avontuur van de rockband is daarmee nog niet ten einde. ‘Nog lang niet’, benadrukt de band zelfs.
Rouwperiode
Terug naar die donderdag in Amsterdam. Het overlijden van Lademacher is ook voor De Roeck nog vers. ‘Het was echt mijn landgenootje, mijn drinkebroer. Dat is pijnlijk. Het is nog zo pril, hij was een maatje van ons allemaal. Als band zitten we nog echt in een rouwperiode. Toch is het mooi dat Dany nog mee heeft kunnen schrijven en mee heeft kunnen spelen op Too Much Is Never Enough. En hé, hij zou niet anders willen dan dat wij door zouden gaan.’
Over het uitbrengen van het nieuwe album bestond geen enkele twijfel. En ook de tournee wordt ‘gewoon’ afgemaakt, ter nagedachtenis aan Lademacher. ‘We willen het album op een nette, toffe manier in de verf zetten. Daarna gaan we wel weer rusten en de koppen bij elkaar steken. Eerst dit mooie eerbetoon.’
Het nieuwe album zou eigenlijk al in maart uitkomen, maar de release werd noodgedwongen uitgesteld. ‘Mede door hick-ups van Dany tijdens het opnameproces moesten we de plaat uitstellen,’ legt De Roeck uit. ‘Het was een, laat ik zeggen, behoorlijk enerverend proces. Maar we hebben het tot een goed einde weten te brengen, met een resultaat waar we allemaal achter staan. En dan zul je altijd zien… Nét voor het album uitkomt. Echt bizar. En vergis je niet: we zijn dit jaar ook nog Gee Carlsberg (Gerard van Dooren, red.) verloren. Pff…’ De Roeck schudt zijn hoofd. ‘Mag het eens even ophouden nu?’

Credits foto: Marchel Prast
Nieuwe melancholie
Het is haast te toevallig dat Forever begin dit jaar de leadsingle van Too Much Is Never Enough vormde. Een nummer waarin de bandleden bezingen dat ze als mens niet het eeuwige leven hebben, maar dat de muziek eeuwig zal blijven voortbestaan. Met de kennis van nu krijgt een nummer als Forever een stevige extra lading, al wil De Roeck daar zelf niet per se in meegaan. ‘Ik ben niet zo zweverig wat dat betreft. De liedjes zijn geschreven zoals ze op dat moment geschreven zijn. Maar ik kan me best inbeelden dat nummers voor fans een andere lading krijgen. Dat ze een nieuwe melancholie meekrijgen. Helemaal goed ook. Als mensen er een bepaalde betekenis of boodschap in zien: be my guest. Maar dat zal meer bij de fans liggen dan bij ons.’
De Roeck is simpelweg wat minder van dat soort emoties. ‘Ik heb meer zoiets van: joh laten we de song spelen en that’s it. Bovendien hebben we deze situatie al veel vaker gehad. Met Herman Brood natuurlijk, met Rudy (Englebert, oud-bassist, red.), met Gee. Er zijn al heel wat momenten geweest dat we mensen verloren hebben en dan zijn er altijd liedjes die je samen geschreven hebt die daarbij passen. Niets nieuws onder de zon.’
Het is ook inherent aan een band die bijna vijftig jaar geleden al actief was.
‘En er aardig op los heeft geleefd… Op een gegeven moment val je dan om, die dingen gebeuren. En bijvoorbeeld Dany heeft wel echt een rijk leven gehad, hè. Dan is 75 toch een mooie leeftijd.’
We moeten door. Ik ben nu de frontman en ik schrijf op mijn eigen manier. Dat het daardoor iets anders is dan vroeger met Herman, nou ja, fine.
Laten we het over het album hebben. Wild Romance heeft vanuit het verleden een grote naam en heeft destijds internationaal succes geboekt. Wat wordt dan de norm voor de muziek als je zoveel jaren later een nieuw album uitbrengt?
‘Toen ik een jaar of vijf geleden werd gevraagd om in te springen, wist ik dat ik als zanger en componist een soort tussenschakel zou zijn. Je wilt niet een tributeband worden. Ik weiger om met een zwarte vetkuif en een pakje peuken op te komen als een soort Herman-imitator. Maar je moet die legacy wel overeind houden. Wat ik live heel erg probeer, en waar ik volgens mij ook wel in slaag, is om ook die oude Wild Romance-songs met de juiste intentie te brengen. Met mijn eigen stemgeluid natuurlijk, maar wel met de gedachte van Herman erbij. Die krachtige jazz- en bluesvibe moet overeind blijven. En dat gevoel probeer je ook op plaat mee te nemen in het nieuwe repertoire.’
Hoe krijg je dat als band voor elkaar?
‘Dat is een synergie. Otto Cooymans komt met een idee of David, Jan of ik. En dan kom je samen tot een soort mengelmoes, waarin je probeert die Wild Romance-vibe naar voren te laten komen. Soms lukt dat beter dan een andere keer. Maar wij zijn ook gewoon mensen op zichzelf, met een eigen werkwijze. Er zullen echt wel mensen zijn die vinden dat bepaalde nummers niet des Wild Romance zijn. Ja, dat is dan misschien omdat er meer van mij in zit.’
Maakt dat je uit?
‘Het is ook een concessie aan de toekomst. We moeten door. Ik ben nu de frontman en ik schrijf op mijn eigen manier. Dat het daardoor iets anders is dan vroeger met Herman, nou ja, fine. Ik denk nog steeds dat Too Much Is Never Enough een hele goede rock-‘n-rollplaat is.’

Credits foto: Jacco Stoutjesdijk
Het wordt waarschijnlijk ook juist sneu als je een soort imitatie van het verleden gaat doen.
‘Toen Bruce Dickinson in de jaren tachtig Paul Di’Anno verving bij Iron Maiden, kwam hij ook niet opeens met leren spikes het podium oplopen om te gaan brullen. Hij ging meer die opera-kant op. En ja, op een gegeven moment accepteren mensen dat wel. Maar dat is moeilijk bij zo’n naam. AC/DC heeft er ook veertig jaar last van gehad. Je hebt een bepaalde nalatenschap. Moet je je daarnaar blijven voegen? Nee, natuurlijk niet. Niemand kan Herman vervangen. Dat moet je ook niet willen. Maar je kunt het wel op hele leuke wijze vertolken en op die basis voortborduren door leuke, nieuwe rocksongs te maken.’
Welk nummer op het album geeft jullie het meest dat rock-‘n-roll-gevoel?
‘Ik denk Loser, door de manier waarop dat nummer tot stand is gekomen. Tijdens een soundcheck kwam David met een riff, Jan en Dany begonnen gelijk mee te spelen en bij mij kwam er direct een zanglijn naar boven. Nog zonder woorden, puur de melodie. Toen hadden we al een soort demo die we thuis hebben uitgewerkt. Echt een toonbeeld van hoe synergie in een band werkt. Loser eindigde ook zó lekker op de plaat toen we gingen opnemen. Zó relaxed, dan weet je wel dat je iets goeds te pakken hebt. Je hebt ook nummers die voelen als een soort bouwpakket: een basisidee en daarna met z’n allen eraan sleutelen. Dat zijn vaak moeizamere nummers om op plaat te krijgen.’
Zolang je presteert op het podium: te gek. Maar zodra de levensstijl invloed begint uit te oefenen op de prestatie, dan vind ik dat weinig met rock-‘n-roll te maken hebben.
Heb jij ook zo’n bouwpakket aangeleverd voor het album?
‘Ik schreef de basis van Forever bij wijze van spreken op mijn zolderkamertje. Dan heb je al een soort demo die in de steigers staat, die lever je aan en dan gaat de band ermee aan de slag. Dan krijgt het nummer de Wild Romance-jus. Geweldig, want dan gaat het nummer opeens leven. Maar als je zelf een demo hebt gemaakt, is het wel heel moeilijk om die te evenaren, laat staan te overtreffen.’
Waar zit dat in?
‘Als je een opname hoort, denk je toch vaak: dit heeft niet dezelfde intentie als de demo. Misschien ook omdat je op een gegeven moment zo gewend bent aan die demo… Dat vraag je toch of de jongens het nog een keer doen, tot je dat gevoel van eerst weer hebt. Op het moment dat je schrijft, weet je dat moment goed te vatten. Maar als je dat later weer probeert te hervatten, lukt dat niet altijd. Dat is ook de uitdaging van muziek. Je wilt een bepaald gevoel overbrengen, het gevoel van het moment waarop je een nummer schreef. Als je het vervolgens live speelt, moet je élke keer weer die intentie zien te vatten.’
Jullie zijn volop aan het optreden. Merk je dan ook dat zoiets lukt?
‘Jazeker. Het draait allemaal om het moment dat je een song inzet, ik noem dat ‘the moment of concentration’. Die eerste vier seconden voor je een nummer inzet, zijn eigenlijk het meest belangrijk. Even die intentie vatten en er dan voor gaan. Negen van de tien keer gaat dat uitstekend. En soms zeg je de volgende dag tegen elkaar: ‘Zoooo. Hoe hebben we dit gisteren gespeeld, joh?’

Credits foto: Ben Roozendaal
Rocken en rollen
Over de heroprichting van Wild Romance in 2011, op initiatief van zakenman en drummer Jan ’t Hoen, werd een geweldige, intrigerende en spraakmakende muziekdocumentaire gemaakt: Buying The Band. Daaruit bleek onder meer dat de bandleden destijds verschillende ideeën hadden over hoe je het ‘rock-‘n-roll-leven’ invult. Is daar zoveel jaren later al meer consensus over binnen de band?
De Roeck is in ieder geval duidelijk hoe hij rock-‘n-roll ziet. ‘Je hebt als Wild Romance natuurlijk een hele rijke historie qua drank, drugs en vrouwen. Maar dat wordt vaak verward met het idee dat dát rock-‘n-roll is. Volgens mij is het vooral de muziek die moet rocken en moet rollen. Het zijn niet meer de jaren zeventig of tachtig. Er staan geen rijen groupies meer voor de deur. Als we destijds een camera hadden opgehangen bij alles wat Herman deed, dan zouden we heel wat meer schandalen rond zijn persoon hebben gehad. Is dat allemaal rock-‘n-roll? Nee, dat denk ik niet.’
Maar wat is het dan wel?
‘Kwaliteit leveren! Neem bands als AC/DC, Iron Maiden of Kiss. Die weten elke keer weer te leveren en laten het publiek uit zijn dak gaan, in welke bezetting dan ook. Dát is tien keer meer rock-‘n-roll. Natuurlijk, die soaps waar de roddelbladen van genieten horen erbij, dat is een beetje het enigma van het genre. Ik ben er ooit ook niet vies van geweest. Maar uiteindelijk gaat het erom dat je blijft presteren. Spuit, zuip, slik, neuk, doe wat je wil, het maakt geen fuck uit. Maar presteer! Zolang je presteert op het podium: te gek. Maar zodra de levensstijl invloed begint uit te oefenen op de prestatie, dan vind ik dat weinig met rock-‘n-roll te maken hebben.’
Het is uiteindelijk ook gewoon je baan…
‘Dat vergeten veel mensen. Je hebt een business te runnen. Een grote band is veel meer dan een paar jongetjes met gitaren, een keyboard en een drumstel. Er is een crew, dat zijn gewoon je medewerkers. Je hebt alle logistiek eromheen, je verkoopt kaartjes, er komen mensen op af. Een band is een kleine economie op zichzelf en dat brengt een bepaalde verantwoordelijkheid met zich mee. Prima dat je een biertje drinkt, maar je kan het niet maken om tijdens de show dronken van het podium af te flikkeren.’
Het is nog zo pril, Dany was een maatje van ons allemaal. Als band zitten we nog echt in een rouwperiode.
Op het album is de rock-‘n-roll volop aanwezig. Maar er zijn ook de nodige zachtaardige liefdesliedjes te vinden, zoals Still In The Game. Is dat een teken van ouderdom?
‘Geen idee eigenlijk. Dat soort liedjes ontstaan gewoon. Herman deed dat destijds ook wel, hoor. My Way, Forever, Too Much Grace.’
Het is niet dat jullie softer zijn geworden?
‘Zou het? Door die ouderdom? Het zou kunnen. Still In The Game kwam vooral vanuit producer Emile den Tex. Die had de tekst klaarliggen. We hadden dat nummer ooit eens bij Dany thuis akoestisch gespeeld en dat viel toen allemaal zó goed. Het is een leuk voorbeeld inderdaad. Is het liedje des Wild Romance? Niet direct. Is het mooi? Ja. Voeren wij ‘m mooi uit? Ja. Gaan we ‘m op het album knallen? Hell yes, waarom niet? Wij zijn de baas, take it or leave it. En misschien zijn we wel iets melancholischer geworden, iets verstandiger. Dat zou kunnen. Mild Romance, hahahaha.’
Standaard rockbandje
2025 is een druk, emotioneel en daardoor onrustig jaar voor de band. Inmiddels is duidelijk dat De Roeck en de zijnen zich onder de naam Romanza Brava op de toekomst storten. Te beginnen met de resterende optredens ter promotie van Too Much Is Never Enough. De Roeck: ‘Daartoe voelen wij ons verplicht. Maar ik denk dat we na alle drukte rond het album en alle stress even een rustmoment moeten inbouwen. Even tot onszelf komen, alles heeft ons zó overvallen. Gelukkig kunnen we er samen goed over praten. Soms met veel getier en gejank, maar dat gaat prima. Wat dat betreft zijn we gewoon een standaard rockbandje.’ En dus zit er ‘gewoon’ toekomst in Romanza Brava. ‘Ik vind het een leuk gezelschap en voel me trots dat ik erbij hoor. Als het album goed wordt ontvangen, zolang we nog voor optredens gevraagd worden en zolang mensen erop afkomen, ga ik maar al te graag door.’
Het nieuwe album Too Much Is Never Enough van Wild Romance is op 29 augustus verschenen. De band tourt dit najaar onder de nieuwe naam Romanza Brava – The Wild Romance Legacy door het land. De complete speellijst is hier te vinden.
