Het water. Als Zeeuwse band is het haast vanzelfsprekend dat Grote Geelstaart er het centrale thema van maakt op de nieuwe ep Wij Zinken. Maar verwacht geen oceaan om in te vluchten of mensen die onbewust zin in mosselfeesten krijgen. De rauwe noise van het vijftal gedijt beter bij storm en hoge golven. Nieuweplaat stapte aan boord om met de complete band de woelige baren van de nieuwe ep te verkennen.
Of het nu instrumentaal of vocaal is: er gebeurt veel in de muziek van Grote Geelstaart. De nieuwe ep Wij Zinken is wat dat betreft één groot avontuur. Een avontuur dat moeilijk in woorden te vatten is, zoals ook de vijf bandleden op verjaardagsfeestjes maar moeilijk aan familie en vrienden kunnen uitleggen hoe hun band eigenlijk klinkt. ‘Tja…’. Bassist Jeppe Rottier denkt even na. ‘Onze standaard hendel van ‘progressieve noiserock’ is voor veel mensen wel een beetje ingewikkeld. Want wat houdt dat in? Ik zeg vaak maar dat het een soort combinatie van jazz en punk is. Die genres klikken nog wel een beetje bij mensen.’
Vragen mensen na zo’n omschrijving nog om een luisterbeurt?
Jeppe: ‘Dat gebeurt, maar van mij hoeft dat niet zo. Ik vind het echt ongemakkelijk als iemand onze muziek gaat draaien waar we bij zijn. Bij Finley werd het zelfs opgezet tijdens zijn diploma-uitreiking…’
Finley Nijsse (drums): ‘Bij binnenkomst… Dat was echt verschrikkelijk.’
Jeppe: ‘Dat past natuurlijk totaal niet, maar dat is ook wel weer grappig. En op zich wel leuk dat ze het deden, toch?’
Finley: ‘Tja, alle andere mensen in de zaal dachten: ‘wat is dit nou?’ Onze muziek is niet echt gemaakt voor dat soort settings. Als mensen ernaar vragen, zeg ik altijd: luister het thuis maar even. Dan kun je het ook gewoon afzetten als je het niks vindt.’
Waar zit dat ongemak in?
Danny Rottier (toetsen): ‘Het is toch vreselijk als je in de auto zit met iemand en diegene vraagt om Grote Geelstaart op te zetten?’
Finley: ‘Je kunt het dan ook moeilijk afzetten. Je moet blijven luisteren, want je hebt het zelf gemaakt.’
Luuk Bosma (zang): ‘Dan ontstaat zo’n stilte. Dat je heel erg zelfbewust wordt van…’
Finley: ‘…dat vrienden het kutmuziek vinden?’
Luuk: ‘Hahaha, in ieder geval van: tja… Dit is dan wat we maken… Zeker als mensen het voor het eerst horen, is dat echt ongemakkelijk.’

Credits: Pol Sangster
Noisemuziek kan voor sommige mensen ongecontroleerd overkomen. Hoeveel controle hebben jullie eigenlijk?
Jesper Rottier (gitaar): ‘Ik zou zeggen dat er juist heel veel controle is bij ons. Elke liveshow klinkt in principe hetzelfde.’
Jeppe: ‘Je hebt van die noisebands die met amps op standje 11 op het podium staan. Dat kan nog weleens ontsporen. Maar wij weten heel goed wanneer we herrie maken en wanneer niet. Daar zit ook wel de charme bij Grote Geelstaart. Dat het luide af en toe wegvalt. Op die manier voelt het nog steeds vet als er ineens weer een bak lawaai is. Als je een uur lang alleen maar herrie hebt, is het effect weg.’
Luuk: ‘De kunst van het genre is juist om die noise te temmen en te kunnen reproduceren. Bij bands als Gilla Band of Model/Actriz klinken de liveshows ook heel erg zoals het op plaat klinkt. De kunst is om die bak aan herrie systematisch live op te voeren.’
Is er dan nog ruimte voor improvisatie tijdens liveshows?
Finley: ‘Op het podium niet echt. Daar is alles wel echt gestructureerd en vooraf ingestudeerd.’
Jesper: ‘Áls we afwijken van de studioversie, dan is het vooraf bedacht. In de studio kun je met de mix bijvoorbeeld een gitaar wat dikker laten klinken. Live moet je dat met een pedaal doen, dat klinkt toch anders.’
Finley: ‘Soms willen we nog weleens variëren, omdat we het dan al heel vaak op dezelfde manier hebben gespeeld. Maar dat studeren we wel van tevoren in. Het is niet dat er een ongecontroleerd improvisatie-aspect zit in onze shows.’
Deze nummers pasten als het meest coherente verhaal bij elkaar. Ik denk dat het dan zonde is om er meer uit te duwen dan nodig is.
Heb je die controle ook nodig om jullie muziek goed over te brengen?
Finley: ‘Het is wel een beetje de kracht van onze liveset. Volgens mij hebben veel mensen wel het gevoel dat het ongecontroleerd is, maar de set komt goed over bij het publiek omdat we op bepaalde momenten heel strak terugkomen.’
Luuk: ‘Als we daadwerkelijk ongecontroleerd zouden zijn, was het écht niet leuk geweest om naar Grote Geelstaart te luisteren.’
Op de ep is er wél ruimte voor improvisatie. In jullie single Nat Zeil bijvoorbeeld gaan een aantal gastmuzikanten helemaal los.
Jesper: ‘Ja, wat zij daar hebben gedaan… Bij die opnames hebben we die gastmuzikanten echt vrij gelaten. Die dwarsfluitsolo is bijvoorbeeld pure improv. Stel dat we dit nummer ooit eens live spelen mét gastmuzikanten, dan moeten we ze ook maar gewoon een beetje laten toeteren.’
Finley: ‘Dan zal het iets anders klinken. En we moeten het ook zonder gastmuzikanten zien te reproduceren. Dan is het weer de sport om er een eigen draai aan te geven.’
Jeppe: ‘We zijn Nat Zeil nu flink aan het repeteren en als je héél vaak die studio-opname hebt gehoord, mis je die gastmuzikanten ergens wel. Maar Danny gaat bijvoorbeeld de saxofoon reproduceren op de synthesizer en dan merk je dat het op die manier ook gewoon werkt. We gaan in ieder geval niet een sample instarten. Dat vinden we een beetje… Nee, dat past niet.’
Luuk: ‘De nummers op Wij Zinken zijn ook wel geschreven met het idee dat studio en live twee aparte dingen zijn. In de studio wil je ook juist de mogelijkheden die daar zijn benutten. Experimenteren.’
Wat we ook doen, het past binnen wat we willen bereiken. Dat levert wel een soort vrijheid op die ik in een ander genre niet zo snel zal voelen.
Rare maatsoort
De muziek van Grote Geelstaart lijkt me niet makkelijk om te spelen, met alles wat er gebeurt. Al die complexe maatsoorten. Wie van jullie vijven heeft de zwaarste taak om overeind te blijven in deze sound?
Jeppe: ‘Nou… Finley bedenkt al die ingewikkelde dingen… Die doet het eigenlijk zichzelf aan.’
Finley: ‘En dan geef ik mezelf ook nog extra zang… Vage maatsoorten, drummen én zingen. Dat is zeker lastig. Maar het is ook een kwestie van heel veel oefenen en dan komt het ook wel weer goed.’
Luuk: ‘Live is het voor jou volgens mij ook wel echt een uitputtingsslag.’
Finley: ‘Sommige nummers zijn wel echt taai. Maar daar moet ik dan maar even doorheen. Daarna komt er wel weer iets dat simpeler is.’
Even op de blaren zitten…
Jesper: ‘Ik denk niet dat we echt last hebben van het ingewikkelde.’ Tegen Finley: ‘Jij ook niet volgens mij. Die maatsoorten speel je echt wel, dat lukt gewoon. Maar het zijn wel gewoon hele complexe beats om ook nog overheen te zingen. Maar ook dat heb je op een gegeven moment wel door. Eerst legt Finley een rare beat neer waar je iets overheen moet spelen. Dan denk ik soms echt: wat een kutmaatsoort. Maar als je eenmaal een riffje hebt bedacht, is het helemaal prima. Dan is een rare maatsoort helemaal geen rare maatsoort meer.’
Luuk: ‘Soms is het een kwestie van eerst de beat even ontcijferen. Dat kan lastig zijn. En soms komt Finley ook gewoon met een beat waar we écht niks mee kunnen.’

Credits: Pol Sangster
Finley: ‘Je moet ‘m even doorhebben. Voelen. Ik denk dat we bij deze ep wel tot een compromis zijn gekomen. Ik heb een aantal vreemde dingen erin zitten, maar het voelt nog steeds als een geheel en niet als moeilijk doen om het moeilijk doen. Het moet lekker voelen en dat doet deze ep.’
Jij wordt hier wel doodleuk door je bandgenoten als hoofdschuldige aangewezen, Finley.
Jesper: ‘Er is ook echt weleens een andere sound waarvan ik denk: jongens, dit is toch geen muziek meer?’
Danny: ‘Ja, van jou bedoel je! We zaten vorige zomer in de studio en Jesper kwam toen de hele tijd weer aanlopen van ‘ik heb nog wel een sound’.’
Jesper: ‘Hé, jullie vonden al die partijen die ik heb laten horen lekker klinken in de mix. En het klonk ook gewoon goed. Alleen… wel een bietje vaag.’
Jullie muziek lijkt weinig kaders te hebben. Waar ligt jullie grens?
Danny: ‘We zullen niet heel snel zeggen: ‘dit klinkt te lijp, dit gaan we niet op zijn minst proberen.’
Jeppe: ‘We serveren sowieso niets op voorhand af. We proberen het altijd wel. Aan het einde van een demo maak je soms de call dat het té is. Maar dat hebben we ook weer niet zó vaak gehad.’
Als mensen ernaar vragen, zeg ik altijd: luister het thuis maar even. Dan kun je het ook gewoon afzetten als je het niks vindt.
Grootheidswaanzin
Wat is voor jullie het leukst aan spelen in Grote Geelstaart?
Jeppe: ‘Voor mij dat er geen kaders zijn. Wat we ook doen, het past binnen wat we willen bereiken. Dat levert wel een soort vrijheid op die ik in een ander genre niet zo snel zal voelen.’
Luuk: ‘Zeker de nummers waarbij ik geen gitaar in handen heb, zijn live leuk om te doen. Maar bij Wij Zinken heb ik ook veel plezier gehad aan het schrijven van de teksten. Dat maritieme thema grijpt natuurlijk ook terug naar de provincie waar we vandaan komen. Het was leuk om dat haakje met Zeeland in te kunnen vullen voor elk nummer.’
Spelen de vocals überhaupt een hoofdrol voor Grote Geelstaart? Of is de stem meer één van de instrumenten?
Luuk: ‘Vooral dat tweede. Vocalen komen niet per se op de voorgrond. Ze mogen er natuurlijk zijn, maar we vinden het ook leuk om ze te vervormen. Toch vind ik het wel interessant om met teksten context te geven aan nummers. De liedjes op Wij Zinken zijn vrij uiteenlopend, maar met tekst kun je daar wat cohesie in aanbrengen.’
Die cohesie wordt gevormd door het thema ‘water’. Voelen jullie je als Zeeuwen verplicht om daarover te schrijven?
Jeppe: ‘Het is zeker geen verplichting, maar het is wel thematiek die ons boeit. We hebben als Zeeland al zó lang een eindeloos gevecht met het water. We bestaan bij de gratie van de Oosterscheldekering. Als daar de stroom eruit vliegt, zijn we na een paar weken wel een beetje de lul… Dat is boeiende thematiek, vooral in het huidige licht van klimaatverandering en de stijgende zeespiegel. Het is ook een bijzonder thema. Niemand is er écht mee bezig. Als ik ’s ochtends opsta denk ik niet van…’
Danny: ‘Als de dijk maar niet breekt…’
Jeppe: ‘Nee precies. Of: wat fijn dat ik niet onder water sta dankzij de dijken. De vanzelfsprekendheid die erbij komt kijken en de grootheidswaanzin die we daardoor hebben ontwikkeld… Dat hebben we omgevormd in een aantal archaïsche verhalen van schippers die met grootheidswaanzin het water op gaan en dan van de koude kermis thuiskomen.’
Als we daadwerkelijk ongecontroleerd zouden zijn, was het écht niet leuk geweest om naar Grote Geelstaart te luisteren.
Jullie hebben de onderschatting van het water gevangen in een aantal fictieve fantasieverhalen. Waarom de keuze voor fantasie boven hele directe teksten?
Luuk: ‘Er zijn heel veel kunstvormen waarbij fictie een boodschap of concept beter over kan brengen. Ik vind dat zelf vaak een interessantere manier dan direct zeggen waar het op staat. Het is lastiger, maar ook heel leuk. Directe, maatschappijkritische teksten hebben ook wel hun plek en hun functie, maar wij doen dat zelf liever op een andere manier.’
Terwijl Grote Geelstaart die tekst ook weer niet nodig heeft. Jullie staan ook in het buitenland op de radar en daar hebben ze geen idee wat jullie zingen.
Jeppe: ‘Als wij in Duitsland of in Portugal spelen, dan verstaan de mensen natuurlijk niks van onze teksten en dan slaat de muziek alsnog aan. Dus het werkt inderdaad ook zonder. Maar toch denk ik dat het belangrijk is om aandacht aan tekst te besteden. Puur voor ons eigen creatieve proces, omdat we er meer voldoening uit halen. Ik denk niet dat onze muziek bestaat bij de gratie van teksten met betekenis, maar we vinden het zelf veel leuker om te doen.’
Jesper: ‘Tekst kan soms net een andere betekenis geven aan een muzikaal stuk. Als onze tekst nergens over zou gaan, dan zou ik daar zelf ook veel minder bij voelen.’
De ep heeft met 24 minuten een behoorlijke speelduur. Je zou het bijna een album kunnen noemen. Waarom toch die keuze om Wij Zinken als ep uit te brengen en niet als jullie debuutalbum?
Jeppe: ‘Deze nummers pasten als het meest coherente verhaal bij elkaar. Ik denk dat het dan zonde is om er meer uit te duwen dan nodig is. We willen ook wel echt werk maken van een album, maar daar zijn we nog niet aan toegekomen.’
Luuk: ‘Misschien was het ook nog niet de tijd voor een heel debuutalbum. Daar willen we zorgvuldig mee omgaan, het juiste moment kiezen. Niet afraffelen en dan een halfbakken debuutalbum produceren, maar alle mogelijkheden uitpluizen. Ja, de ep duurt 24 minuten, maar dat is ook wel een beetje inherent aan onze drang tot schrijven.’
Jesper: ‘De ep stond ook gewoon. Het had een mooi einde, een goed begin. Waarom zou je daar dan nog meer aan toevoegen?’
Danny: ‘Het voelde af. Als iets voelt als een album, dan is het een album. Maar waarom dit dan een ep is? Dan is dat denk ik toch vooral…’
Jeppe: ‘Omdat we er die naam nog niet aan wilden geven?’
Finley: ‘Ja, dat denk ik ook. Het gaat enkel om het labeltje dat je erop plakt. We willen ons debuutalbum nóg grootser maken. Tot die tijd is een ep prima.’
De nieuwe ep Wij Zinken van Grote Geelstaart is verschenen op 18 september. Onze recensie lees je hier.
Op 23 september trapt de Zeeuwse band de Wij Zinken-tour af in Paradiso in Amsterdam, met daarna shows in onder meer Nijmegen, Leeuwarden, Breda, Deventer en Utrecht.
Credits fotografie: Pol Sangster
