Een plaat vermijden vanwege de hoes, zouden meer mensen die neiging hebben? Armand Hammer’s Haram uit 2021 was er zo een. Artistieke vrijheid of niet, die twee bloederige varkenskoppen kwamen nogal oneerbiedig over. En bij Stumpwork van Dry Cleaning uit 2022 waren het de haren op een ranzig zeepje die voor een rilling zorgde. Brrrr. Maar zo kun je zomaar de introductie tot een intrigerende band missen.
Gelukkig is voor cover van de derde langspeler van Secret Love ‘slechts’ gekozen voor het druppelen van een oog, dus niets wat ons tegenhield om de playknop in te drukken.
Bij de allereerste beluistering kun je de indruk krijgen dat door de spokenwordvoordracht van Florence Shaw de tracks nogal op elkaar lijken, maar gaandeweg hoor je subtiele en minder subtiele varianten in de muzikale omlijsting.
De opening van bassist Lewis Maynard op Hit My Head All Day houdt het midden tussen Level 42 en Talking Heads. Het net wel/net niet valsige gitaar rifje van Tom Dowse staat op gespannen voet met de funky bass; het is de artrock-pastiche die zorgt dat je aandacht getrokken is. Het langste nummer van de plaat ontspint zich als een swingende jamsessie. Al met al heeft Secret Love een sterke opening.
Vervolgens het kortste nummer, met het terloopse en verveeld klinkende “and I design hotels” wat bedoeld of onbedoeld grappig overkomt en dat is allebei maar goed ook want Cruise Ship Designer mist de energie en charme van Hit My Head All Day. Dat terloopse is overigens niet zomaar; de teksten van Shaw zíjn flarden, brokstukken, gedachtenkronkels met hier en daar niet bestaande taal.
Spoken word heeft natuurlijk zijn beperkingen, die Kae Tempest bijvoorbeeld opheft door energieker en met enige woede voor te dragen, terwijl Shaw vooral één tempo hanteert met af en toe frêle pogingen tot zang, zoals in de titelsong. Goed voor de variatie, maar niet iets waar een ongetrainde stem zich voor leent.
Het album heft zich met name in de tweede helft op. Vanaf Evil Evil Idiot, over chemische troep die het menselijk lichaam binnendringt, is de basgitaar weer prominenter en wordt het gaspedaal, met name de gitaar, langzaam wat ingedrukt. Ook zijn er genoeg speelse elementen om van te genieten, zoals gedempte xylofoon klanken, licht vervormde stemmen of een weeping slidegitaar. Producent Cate Le Bon staat voor gelaagdheid.
De stevigste track Rocks doet zijn naam, binnen het ‘Dry Cleaning kader’ eer aan, maar het postpunklabel dat de band opgespeld heeft gekregen is vrij merkwaardig te noemen. Daarvoor blijft de geleverde energie te gelijkmatig, en blijft de indruk hangen dat de band er niet alles uithaalt wat erin zit.
Écht overtuigen doet Secret Love dus niet, maar er zijn genoeg momenten die aantonen dat er nog perspectief in het vat zit. Hun beste werk moet zeker nog verschijnen.
Secret Love verschijnt vrijdag 9 januari.
