Terwijl je de afgelopen weken met lotgenoten lekker kon discussiëren of Madonna op haar 67ste wel of niet not done is, hebben we ook nog ene Shania Twain in de popmuziek rondlopen. De vrouw die met (het 29 jaar oude) Man! I Feel Like A Woman! nog altijd een feministisch statement maakt, tikt bijna de 61 aan en probeert op haar beurt ook zo goed mogelijk om relevant te blijven.
Gelukkig is daar nog altijd de status van Queen of Country Pop met 100 miljoen verkochte platen als back-up. Verwonderlijk was het dan ook dat Twain zich de afgelopen weken als openingsact in dienst stelde bij Harry Styles, die twaalf keer zijn Wembley-shows moest spelen in Londen. Voor Twain meteen een perfecte (her)introductie bij een nieuwe generatie popliefhebbers. De zangeres zal ongetwijfeld de keuze om ‘ja’ tegen Styles te zeggen hierin hebben meegenomen. Een typisch 1+1=2- gevalletje, want: iedere artiest heeft een ego, dus ook Shania Twain.
Op de golf van de Styles-concerten komt de zangeres met Little Miss Twain, haar zevende studioalbum. Toen de desbetreffende liedjes hiervoor geschreven moesten worden, besloot de Canadese legende om een periode van haar leven erbij te halen waar ze nog weinig over gezongen had. De periode ver voordat ze via Nashville Tennessee – halverwege de jaren 90 – haar eerste hit scoorde. Terug naar het Canadese Timmins waar ze als jong meisje door haar moeder werd aangemoedigd om zangeres te worden en waar ze (toen nog onder haar echte naam Eilleen) begon met optreden in clubs, bars en plaatselijke radio- en televisiestations.
Diezelfde moeder (die samen met Twain’s vader in 1987 tragisch om het leven kwam bij een auto-ongeluk) maakte het grote succes van haar dochter nooit mee, maar doorzag dus wel haar talent. ‘According to my mother, I’m the next Tanya Tucker’, zingt Twain dan ook in de titeltrack. Een mooi eerbetoon aan de vrouw die haar opvoedde waaraan ook meteen de ‘echte Tanya Tucker’ een gastbijdrage leverde. Cirkeltje rond.
Waar in het verleden de country-invloeden nog weleens in Twain’s liedjes werden weggepoetst om een groter (pop)publiek te bereiken, moest de country-western sfeer vanwege het verhaal achter dit album natuurlijk behouden blijven. Aan pedalsteelgitaar-, viool- en banjopartijen ontkom je dus niet. De single Dirty Rosie is (misschien wel) het meest toonaangevende visitekaartje dat Little Miss Twain definieert. Bluegrass gaat daarin namelijk goed samen met pop, rock en soul.
De ‘herinneringen van toen’ haalt Twain onder andere op in Northern Town (waarbij ze zingt over haar ouders en de momenten uit een arm gezinsleven), terwijl ze in New Love terugblikt op een relatie met de drummer van een van haar eerste bands. Dat Twain’s rauwe stemgeluid van tegenwoordig veel beter in het ‘country-western-sfeertje’ past, dan bij de soms gladde en inhoudsloze pop-/r&b-producties van haar vorige album, is opvallend en verrassend tegelijk. Maar in Problematic wordt het allemaal wel echt even onaangenaam. Een zeurderig liedje in combinatie met een stem die z’n glorie is verloren, is dan toch echt even not done.
Hoewel een kraakje hier en daar geen overbodige luxe was geweest, mogen er wel pluspunten gegeven worden aan de omhulsels van de liedjes op Little Miss Twain. De talenten van producers als Zachary Dawes, David Paich (van Toto) en Twain’s zoon Eja Lange, plus gastmuzikanten als Josh Homme, The War and Treaty, The Rolling Stones-gitarist Ronnie Wood (op Take It To The River) en meervoudig Grammy Award-winner T Bone Burnett hebben op het album goed werk verricht en zorgen ervoor dat het nergens truttig wordt. Ook leuk dat Twain veelvuldig gebruikt maakt van ‘mannenkoortjes’.
Wie niet per se lekker gaat op muziek met een rootsy randje kan Little Miss Twain beter overslaan. Voor de doorgewinterde Shania Twain-fan is dit album een mooie reminder aan waar ze écht vandaan komt: de tijd waarin ze juist geen wereldster was. En dat is precies wat de visie van dit album zo aantrekkelijk maakt.
