Sommige stemmen dragen meer dan klank. Ze dragen geschiedenis, verdriet, geloof – en bovenal hoop. Mavis Staples heeft zo’n stem. Op haar 86e bewijst ze met Sad And Beautiful World opnieuw waarom ze niet alleen een zangeres, maar een levend archief van de Amerikaanse ziel is. Die ziel vertolkt Staples met een album dat deel bestaat uit covers en deels uit eigen werk.
Het is een album dat klinkt als een hand op je schouder in donkere tijden: warm, wijs en onverwoestbaar. Producer Brad Cook (bekend van Bon Iver, Waxahatchee, Nathaniel Rateliff) koos voor soberheid: drum, piano, soms wat gitaar, en altijd die stem centraal. Vanuit die eenvoud groeit een klankwereld die even intiem als monumentaal aanvoelt. Cook heeft begrepen wat Staples’ grootste kracht is: haar stem hoeft geen begeleiding – ze ís de begeleiding. Staples zingt over geloof, verlies en volharding, maar ook over liefde als drijvende kracht. Haar gospel roots sijpelen in alles door.
De plaat opent krachtig met Tom Waits’ Chicago, een nummer dat hier verandert in een muzikale pelgrimstocht. Met steun van gitaristen Buddy Guy en Derek Trucks weeft Staples het verhaal van de migratie van haar eigen familie in de song. Het klinkt als een terugblik én een herstart tegelijk. Een van de hoogtepunten is Human Mind, speciaal voor haar geschreven door Hozier en Allison Russell. Het nummer is een ode aan de complexiteit van de mens, met die ene regel die blijft hangen: “I find good in it sometimes.” Dat ene sometimes zegt meer over hoop dan duizend preken.
Staples toont zich ook een meesteres in interpretatie. Haar versie van Sparklehorse’s Sad And Beautiful World is ingetogen en breekbaar; ze zingt met de kalmte van iemand die de storm al eens heeft overleefd. In Hard Times van Gillian Welch hoor je haar onverwoestbare geloof dat we “het nog gaan redden”. En met Frank Oceans Godspeed maakt ze van een moderne R&B-ballad een spiritueel moment van troost.
De maatschappijkritische ondertoon ontbreekt niet. Op We Got To Have Peace, geschreven door haar oude vriend Curtis Mayfield, klinkt ze strijdlustig en hoopvol tegelijk. Leonard Cohens Anthem krijgt een rauwe lading; de gebrokenheid die Cohen bezong, wordt bij Staples een herinnering dat veerkracht ook uit pijn ontstaat. De laatste twee nummers vormen een waardig slotakkoord. Satisfied Mind klinkt als een zucht van tevredenheid na een lang leven vol strijd, terwijl Everybody Needs Love afsluit met precies dat wat de titel belooft: pure, doorleefde menselijkheid. Geen goedkope feelgood, maar doorleefde hoop – het soort hoop dat pijn kent.
Mavis Staples levert een album af dat blijft hangen – niet door nostalgie, maar door waarachtigheid. Wat dit album zo bijzonder maakt, is niet de sterrencast zoals onder anderen Bonnie Raitt, Jeff Tweedy en Justin Vernon, maar de manier waarop zij zich voegen naar Staples’ wereld. Ze volgen haar ritme, haar adem, haar wijsheid. Sad And Beautiful World is geen nostalgische terugblik, maar een doorleefde voortzetting. Staples klinkt niet als iemand die terugkijkt – ze zingt alsof de toekomst nog steeds te winnen valt. Haar nieuwe album is een krachtig pleidooi voor compassie en standvastigheid, gebracht door een vrouw die beide belichaamt. In een wereld die soms lelijk en hard is, blijft Staples zingen – en daarmee maakt ze die wereld een beetje mooier.
