Het lijkt al weer eeuwen geleden dat Moby zijn grootste successen had met zijn remix van het Twin Peaks-thema in Go en het album Play. Ooit begonnen als dj die punk draaide waren die successen het resultaat van een switch naar meer rustige mellow dancemuziek. Vele albums later lijkt Moby nog voornamelijk geïnteresseerd in het maken van ambientalbums. Met Future Quiet bevestigt hij die interesse opnieuw, maar zijn er ook momenten te vinden op het album waar Moby wat andere muziekpaden bewandelt.
Die momenten zijn er met name in de samenwerkingen met andere artiesten. De openingstrack mag daarbij zeker niet onvermeld blijven. De hernieuwde versie van When It’s Cold, I Like To Die met Jacob Lusk is een fraaie bewerking van de originele track uit 1995 met Mimi Goese. Een track die door de hitserie Stranger Things volop aandacht kreeg.
In het serene Precious Mind (Quiet Future) zorgt India Carney met haar lage timbre voor breed uitgesponnen en mooi gezongen vocalen. Serpentwithfeet geeft acte de présence op On Air (Quiet Future) en ook dit is een mooi rustig en melancholiek nummer. Estrell Del Mar zou op een opera niet misstaan met de sereen klinkende Elise Serenelle in de hoofdrol. En geen idee wie voor de stemmen zorgdraagt in Le Vide, maar je waant je opeens in een fraaie basiliek waar louter piano, viool en engelen voor geluid zorgen.
Naast al die samenwerkingen flirt Moby soms voorzichtig weer met zijn successen uit het verleden.
Het door hemzelf van zang voorzien This Was Never Meant For Us is een eerste nog heel bescheiden aanzet daartoe. Maar het volgende Retreat is een track die zo op zijn oude succesalbum Play had kunnen staan. Rustige opbouw met pianoloopje, een alsmaar repeterend gezongen ‘Home, home’, synthesizers die tot dramatische hoogte aanzwellen en weer uitdoven. Het is een beproefd recept dat in deze track goed lukt. Waar dat volledig misgaat is in Mott St 1992. Gestoeld op dezelfde ingrediënten gaat dit nummer mank aan een te simpele melodie die veel te lang wordt voortgezet.
Wat toch vooral overheerst op dit album zijn de ambient, naar klassiek neigende, pianocomposities, in een aantal gevallen schitterend begeleid met viool. Op het minimalistische Talinn is het wachten op elke volgende piano-aanslag, wat het nummer spannend maakt. Andere composities zoals Ruhe, Selene, en Great Absence zijn vooral mooi door het gevoelige en kalme pianospel van Moby. Maar de nummers zijn ook lang en verdwijnen weer uit je herinnering voor je er erg in hebt. Dat geldt ook voor de slottrack The Opposite of Fear, waar piano overigens wordt ingeruild voor ambient synths. Bij al die nummers krijg je het idee alsof je zit te luisteren naar een artiest die maar wat weg improviseert zonder aandacht voor zijn publiek.
Future Quiet is alweer Moby’s 23e album en er bekruipt je een beklemmend gevoel dat het hier niet bij gaat blijven. In de samenwerking met andere artiesten levert dit album mooie tracks op. Soms hoor je gelukkig een glimp van de eerdere, wat energiekere Moby. Maar richting het einde van het album hoop je toch dat iemand de toetsenklep van de piano dicht smijt zodat de beste man eens ophoudt met spelen.
