Pitou – P2

Pitou - P2

Waardering

8

In de albumtitel P2 van de Nederlandse zangeres Pitou (Nicolaes) zitten meer boodschappen verborgen dan louter het grapje dat de titel en artiest fonetisch hetzelfde zijn. Natuurlijk bevestigt de titel dat dit het tweede album is, na de alom geroemde indiepopplaat Big Tear. Maar je zou P2 ook kunnen uitleggen alsof de zangeres ditmaal twee uitersten op een speelse, originele wijze verenigt. Anders dan haar debuut is P2 veelzijdiger, variërend van bloedmooie folkballads tot techno bangers.

Dat Pitou veelzijdiger klinkt dan op haar eerdere werk wordt gelijk duidelijk in de openingstrack. Met Too Good To Go toont Pitou haar virtuositeit en originaliteit. Vanzelfsprekend met haar mooie stem, maar ook met de verrassende compositie. Wat begint als een repeterend op haast kleutertoon gezongen ‘Too Good To Go‘, verandert magistraal met de introductie van beats in een heuse dancetrack. Nog steeds heel frivool en steeds beter opgeleukt met backing vocal stemmetjes. Naar het einde toe zorgen blazers ervoor dat de track begint te schuren en richting een Sons of Kemet sound evolueert. Hoe dan…

Zo’n zelfde track is To Do What. Ook hier weer het spel met een ditmaal repeterend ‘What To Do’, en stemmen die klinken als synthesizerbliepjes bovenop een somber dreunende bas. Waarna het nummer meermalen opbouwt naar een climax met de allure van een heuse floorfiller. Op het mysterieuze oosters klinkende Restlessness wordt Pitous stem prachtig begeleid door een fluisterende sax. Ook dit nummer kent de nodige onverwachte wendingen. Het is jammer dat de zoektocht naar veelzijdigheid wat geforceerd aanvoelt in de track Red Coat.

Voor de Pitou-fans van het eerste uur is er gelukkig ook nog genoeg moois te vinden op P2. De andere, rustigere en folky kant van Pitou komt al snel ruimschoots aan bod in drie tracks die allen, om verschillende redenen (liefde, afschuw) iets met zee, boot of vis te maken hebben: Pirate, Morning Star en Fish. Daarbij is de tekst van Fish bijzonder grappig: ’I just wait for the stupid fish.’ Over veelzijdigheid gesproken: op de drie tracks klinkt Pitous stem elke keer anders, maar even mooi.

Echt schitteren doet Pitou in fraaie ballads als Empty Hand en Lillies. Haar mooie, unieke stem krijgt in die tracks alle ruimte. Maar ook de begeleiding rond de zangeres op deze en andere tracks is wonderschoon. Naast M. Alberto, verantwoordelijk voor de al eerder gememoreerde sax en andere blaasinstrumenten, zijn dat Mischa Porte (drums, percussie), Lieke Heusinkveld (keyboards), Jasja Offermans (bas), en tal van andere gastmuzikanten.

Met P2 laat Pitou zich, ondanks eerdere successen, niet als een folk-indiepop-artiest in een hoekje plaatsen. Ze verloochent haar eerdere successen niet, maar zoekt origineel en geslaagd nieuwe muziekstijlen op. Dat zal voor menig liefhebber van haar eerdere werk vast wennen zijn, maar na meerdere luisterbeurten kan je niet anders concluderen dan dat Pitou ruimschoots in haar zoektocht is geslaagd.