Eerlijk zeggen: wie dacht er bij de naam Royel Otis nog meer aan Otis Redding, de ‘King of Soul’? Het blijkt echter te gaan om de Australische vrienden Royel (hoewel, ingewikkeld, eigenlijk Leroy geheten) Maddell en Otis Pavlovic, die met Hickey (zuigzoen) hun tweede album uitbrengen.
Hiervan verschenen reeds de singles moody, car en say something, waarvan de eerste single door de zin ‘My girl’s a bitch when she’s moody’ wat gelazer opleverde en de band beschuldigd werd van misogynie. Verontschuldigingen volgden gedwee. De Lolita-achtige video hielp natuurlijk niet echt.
De warme ontvangst van het debuutalbum van vorig jaar Pratts & Pain gaf de band een vliegende start met als gevolg onder andere een optreden op Glastonbury. Wat gaat het altijd spannende tweede album doen?
Hickey opent met de track I hate this tune (ja, alle track titels zijn fashionable lower case) en verraadt wat voor muzikaal vlees we in de kuip hebben. Beetjes 80’s, klein toefje MGMT, wat vroege Cure-bassloopjes, met in de meeste nummers refreinen als Imagine Dragons-achtige hymnes. Bij het sterke good times is het niet mogelijk stil te blijven zitten, zeker niet gedurende het catchy refrein (‘When the darkness drowns/ I’ll follow you’). Het devies is: het moet soepel in het gehoor liggen, meezingen wordt gestimuleerd.
Het woord zomers mag ook niet ontbreken. torn jeans is bijvoorbeeld fijn voor een dansfeestje op het strand, of rond en in een zwembad, zoals dat (vroeger?) vaak te zien was op, toen nog, muziekzender MTV.
Niet álle nummers op Hickey zijn overigens even sterk, maar wees niet bang, ze duren sowieso hooguit 3 minuten, iets waar Nieuweplaat onlangs meer over schreef.
Afgelopen week zou de band op Lowlands staan, maar een acute gezondheidsaandoening van Royel Maddell gooide roet in het eten. Dat was zuur voor zowel de band als het festival. Want over het algemeen is Hickey een fijne plaat die het “buiten” (zoals festivals of in een cabriolet, de haren lekker wapperend in de wind) goed zal doen. Het inmiddels vanuit London opererende duo Royel Otis doet waar het goed in is: niet te ingewikkeld, zeker niet vernieuwend, maar ongedwongen zomerse laissez-faire-pop maken.
