Het turbulente jaar 2024 heeft The Black Keys er niet van weerhouden het onverdroten releasetempo van de afgelopen jaren voort te zetten. Dit is alweer hun dertiende studioalbum, en het vijfde album in de laatste zeven jaar. Wie na het onverwacht afbreken van hun ambitieuze Amerikaanse tour – en de hele juridische fallout die daarvan het gevolg was – had gedacht dat gitarist en zanger Dan Auerbach en drummer Pat Carney een wat sombere koers zouden varen, heeft het bij het verkeerde eind. Alsof er niks gebeurd is, is No Rain, No Flowers de zoveelste herkenbare toevoeging aan The Black Keys’ inmiddels indrukwekkende staat van dienst. Met opnieuw tal van artiesten en producers die hun medewerking verlenen.
Helemaal onverwachts is dit allemaal niet. Zoals tegenwoordig bijna gebruikelijk droppen artiesten, als voorbode van een aanstaand album, al meerdere singles als teaser voor datzelfde album. En The Black Keys zijn hierop geen uitzondering. Maar liefst vijf singles zijn er de afgelopen maanden verschenen, waarvan drie ook gelijk de eerste drie nummers van het album zijn. De titeltrack en The Night Before brengen je gelijk in de goede, typische The Black Keys-sfeer: lichtvoetige rock die lekker in het gehoor ligt. Babygirl illustreert dat er op dit album meer aandacht is voor de piano door de hulp van Scott Storch (producer uit een grijs verleden van The Roots en Dr. Dre). Zijn nadrukkelijke pianoladdertje zorgt voor de juiste opsmuk van de track.
De twee resterende pre-release-singles zijn eigenlijk ook de beste nummers van het album. Heerlijk gitaren voorzien het initieel wat kabbelende On Repeat van de nodige pit, zeker als Auerbach aan het einde van de track aan Jimi Hendrix verwant gitaarspel laat horen. En als Mission Impossible ooit een nieuwe tune nodig mocht hebben, dan zouden de beginklanken en tekst van Man On A Mission daar zomaar voor in aanmerking kunnen komen. Dit nummer wordt hoe dan ook de kraker voor elk nieuw liveconcert, door de plotselinge cliffhanger aan het einde van het nummer.
Met elf tracks op het album zijn er dan nog zes tracks over die het album een andere, misschien verrassendere wending zouden kunnen geven dan op basis van de al gememoreerde singles. Dat is helaas niet het geval. Het is alsof al het kruit al een beetje is verschoten. Van de resterende tracks valt het soulvolle Make You Mine – met Bee Gees-sausje – positief op. Vooral omdat hier opnieuw de piano prominent aanwezig is en het gewoon erg lekker, maar zeker niet als The Black Keys klinkt. Kiss It valt in dezelfde ‘opleuken met gitaar’-categorie als On Repeat en is daarom ook niet slecht. De slottrack Take Me Home lijkt zowaar een slecht uitgevoerd plagiaat van John Denver’s Take Me Home, Country Road en had prima achterwege gelaten kunnen worden.
Al met al hebben The Black Keys opnieuw een prima album opgeleverd ondanks de perikelen van het afgelopen jaar. Dat is toch wel geruststellend. Wat er ook gebeurt, je kan altijd uitkijken naar een nieuw The Black Keys-album, want je hoeft nooit lang te wachten. En je weet bijna altijd wat je krijgt: lekker in het gehoor liggende rock met af en toe wat uitschieters naar boven en beneden.
