Ze worden gezien als één van de bekendste zingende zussen binnen de Nederlandse muziekindustrie: Monique en Suzanne Klemann. Al veertig jaar zijn ze het gezicht van de Amsterdamse band Loïs Lane en vieren deze mijlpaal met een nieuw album: Ready To Move. Hoewel de zussen blij zijn met hun nieuwe langspeler, waren er vooraf wel wat twijfels. ‘Moeten we dit nog wel doen en willen? Zijn we als band nog wel relevant en zitten mensen nog op ons te wachten?’
Nog bijkomend van haar zestigste verjaardag vindt er op een zonnige maandagmorgen in september om 10:55 uur een ontmoeting bij Monique thuis plaats in de Cremerbuurt in Amsterdam Oud-West. Vijf minuten later arriveert haar ‘grote zus’ Suzanne en kunnen de eyecatchers – want dat zijn de Klemann-zusjes nog altijd – los over dat nieuwe album en die veertig jaar met Loïs Lane.
Er zit een periode van twaalf jaar tussen de release van jullie vorige album As One en dit nieuwe album. As One werd destijds amper opgepakt door het publiek. Verklaart de lange periode van geen albums maken dat er geen drive was om een nieuwe plaat te maken?
Monique: ‘We hebben de afgelopen jaren – naast het samen optreden – allebei ook andere dingen gedaan. Ik bracht mijn soloplaten uit, maakte met Lucretia van der Vloot het liedjesprogramma Traumatherapie, terwijl Suz aan tv-programma’s meedeed en begrafenisondernemer is geworden. Toch merkte ik ook dat ik het best moeilijk vond om weer een stijl te vinden voor een nieuw Loïs Lane-album.
In de vorige plaat hebben we destijds heel veel tijd en geld gestoken, dus het was best jammer dat hij toen helemaal niet werd opgepakt. Daardoor ga je je afvragen: ‘Moeten we dit nog wel doen en willen? Zijn we als band nog wel relevant en zitten mensen nog op ons te wachten?’ Gelukkig zijn we niet competitief ingesteld naar andere artiesten toe en er is ook geen bewijsdrang naar het publiek. Het is alleen jammer dat we als oudere vrouwelijke artiesten niet worden gedraaid op de radio en dat heb je natuurlijk wel deels nodig voor de zichtbaarheid van je nieuwe materiaal.’
Suzanne: ‘Omdat de 80’s en 90’s weer harstikke in zijn merken we nu wel een omslag. Mensen willen herkenbaarheid horen tijdens optredens en verlangen terug naar het verleden. Wij sluiten daar natuurlijk mooi op aan omdat we in die periodes onze grootste successen hebben gehad. Dat we een paar jaar geleden hebben meegedaan met de Nederpop All Stars en door het hele land te zien waren, heeft onze zichtbaarheid ook weer een boost gegeven. Ik wilde vanwege ons veertigjarig jubileum nog één keer een mooi album maken. Maar ook omdat er in Nederland geen bands zijn met twee vrouwen als leadzangeres, die al zo lang bezig zijn. Ik ken ze niet in ieder geval. Dus dat maakte het verlangen naar een nieuw album voor mij extra groot.’

En dan maak je uiteindelijk de keuze om een nieuw album te gaan maken. Met welke instelling gingen jullie aan de slag?
Monique: ‘We hebben vaak de neiging om medium tempo songs te maken, maar een uptempo liedje is natuurlijk ook heel belangrijk voor de variatie als je een album maakt. Met die gedachten ben ik dan ook echt gaan schrijven, samen met Xander Hubrecht met wie we al jaren samenwerken.’
Suzanne: ‘Ik werd al heel enthousiast toen ik een opzetje van How I Wish hoorde. Dat is voor mij echt een It’s The First Time 2.0. Het heeft een hele fijne Marvin Gaye-achtige vibe die heel erg refereert naar de muzieksmaak van onze jeugd. Mo en Xander hebben dat samen echt heel goed gedaan. Toen we eenmaal de keuze hadden gemaakt om het album te gaan maken hebben we meteen een verdeling gemaakt. Mo is gaan schrijven en ik ben de herrieschopper die de contacten is gaan leggen en mensen heeft laten weten dat we er nog zijn en dat er een plaat op komst was.’

Als je alle songs van het album bij elkaar pakt, in wat voor tijdsbestek zijn ze dan ontstaan?
Monique: Love Vaccination – het eerste nummer – is zo’n vijf á zes jaar oud. Tears In My Eyes bestaat al zo’n twintig jaar en is naast Xander deels door mijn man Jeroen (den Hengst, red.) geschreven, in de tijd dat ze samen nog in een bandje genaamd Horn Of Plenty speelden.
Wij als Loïs Lane spelen dat nummer al heel lang live, maar hadden het nog niet eerder opgenomen in de studio. Xander is als derde stem ook in het liedje te horen. Samen met onze stemmen is dat een hele mooie harmonie geworden. Het nummer heeft echt een vintage hippy geluid gekregen en dat vinden we allebei heel mooi. De rest van de nieuwe liedjes zijn allemaal het afgelopen half jaar geschreven. Daarnaast hebben we de nieuwe versie van It’s The First Time uit 2021 aan het album toegevoegd. Dat nummer is onze evergreen en de nieuwe versie past qua sfeer gewoon heel goed bij de overige nummers.’
De albumtitel is afkomstig van het gelijknamige nummer dat eerder op single verscheen.
Monique: ‘Klopt. Ik wilde de plaat eerst The Best Is Yet To Come noemen, maar Suz was het daar niet mee eens. We zijn inmiddels allebei in de zestig, dus zo’n titel vond ze niet echt bij onze leeftijd passen.’
Suzanne: ‘Voor de humor was het een idee leuk geweest, maar ik denk dat zo’n titel als The Best Is Yet To Come verkeerd geïnterpreteerd kan worden. Ik heb geen zin in dat soort gezeik en ben daarin heel specifiek geweest. We zijn als Loïs Lane gewoon weer heel goed bezig en ready to move again! Gelukkig heb ik Mo daarin mee kunnen krijgen.’
Als we kijken naar de songteksten, hoe zou je bijvoorbeeld een nummer als Love Vaccination dan omschrijven?
Monique: ‘Als een liefdesverhaal tussen twee mensen die elkaar zijn kwijt geraakt, maar elkaar toch weer hebben teruggevonden en samen weer die onbezorgde tijd beleven. We zien dat ook vaker bij de mensen van onze leeftijd om ons heen. Die nemen soms even afstand van elkaar, maar blijken uiteindelijk toch wel bij elkaar te passen.’
Suzanne: ‘Het nummer past ook goed bij de tijd waar we nu inzitten. In plaats van war vaccination willen we juist een love vaccination.’
Monique: ‘Give Up The Fight sluit daar goed op aan. Een liedje waarmee we willen aangeven hoe belachelijk de oorlog op dit moment is. En dan hebben we nog Baby You Should Be With Me dat gaat over een driehoeksverhouding. Een man die twee vrouwen heeft. Het wordt gezongen vanuit het oogpunt van een van de vrouwen. ‘Hij houdt net zoveel van haar als van mij en daar baal ik van. Maar ik wil hem niet kwijt, dus ga ik deze relatievorm aan.’’

Als artiest en songwriter zie ik het als mijn taak om mensen te laten horen dat er ook nog liedjes zijn die door muzikanten worden ingespeeld.
Waarom had het jullie voorkeur om de muziek op te nemen met echte muzikanten en zo min mogelijk te programmeren in de studio?
Monique: ‘Momenteel heb je natuurlijk veel AI-achtige producties. Als artiest en songwriter zie ik het als mijn taak om mensen te laten horen dat er ook nog liedjes zijn die door muzikanten worden ingespeeld. Voor bepaalde beats in sommige liedjes hebben we wel aan programmeren gedaan, maar dat is echt minimaal geweest. Ik denk dat we met dit album echt tot de kern van onze stijl zijn gekomen en dat is echt dat bandjes gevoel.’
How I Wish gaat over het terug verlangen naar de tijd vóór het internet. Een periode waarin je met vrienden soms lekker ergens op een bankje kon roken, lullen en drinken zonder dat je gestoord werd door je mobiele telefoon. Iets waar we nu allemaal last van hebben. Weet je nog het moment waarop je dacht: Ja, hier wil ik een liedje over schrijven!’?
Monique: ‘Ik was thuis bezig met het schrijven van teksten en merkte opeens dat het concept steeds duidelijker werd. Teruggrijpen naar het verleden is mooi, maar het heeft ook iets gevaarlijks. Je bent ouder en wilt het liefste weer mooi en jong zijn. Maar dat gevoel wilde ik niet terug laten komen. Als ik eerlijk ben vind ik dat de jeugd tegenwoordig een hele hoop mist omdat er weinig concentratievermogen is. Lezen, schrijven, luisteren: mensen konden dat vroeger naar mijn idee veel beter. Daarnaast leven we natuurlijk in een tijd waarin alles maakbaar is. We zijn met z’n allen in transitie, waarbij het soms helemaal uit de hand loopt. Ik vond het legitiem om daarover te schrijven.’

Als jullie allebei twee hoogtepunten mogen noemen uit veertig jaar Loïs Lane, welke zijn dat dan?
Suzanne: ‘Voor mij was dat het jubileumconcert in Paradiso dit jaar. Dat is misschien wel het mooiste optreden dat ik ooit in mijn leven heb gehad. We stapten met z’n allen in een spaceshuttle, stegen op en kwamen anderhalf uur later weer terug op aarde. Die avond had gewoon iets. Een gevoel dat we door engelen werden gedragen. Dat we als zussen met z’n tweeën die veertig jaar gehaald hebben binnen de muziek zie ik ook echt als een hoogtepunt.’
Monique: ‘De tijd rond It’s The First Time is voor mij heel bijzonder. Aan dat nummer heb ik destijds heel veel geknutseld. Toen het zo goed ontvangen werd dacht ik: ‘Ik kan iets. Mensen begrijpen wat ik bedoel. Ik kan communiceren via muziek. Mensen herkennen de artiest in mij.’ Dat we met ons eerste album op nummer één terechtkwamen in de Top 100 en daarmee Prince van de eerste plaats verdrongen was natuurlijk ook te gek.’
Suzanne: ‘Het was ook extra bijzonder dat we daarna met Prince op tour zijn gegaan. Dat heeft ons op een bepaalde manier volwassen gemaakt. In een korte tijd hebben we toen heel veel van hem geleerd. Dat was echt een cadeau, zeker omdat als we band zo klein begonnen waren.’
Er gaan geruchten dat er een theatertour op de planning staat…
Monique: ‘Ja, daar zijn we achter de schermen nu mee bezig. We willen met een voorstelling in het najaar van 2026 zo’n vijftien theaters aan doen, waarbij het draait om het nieuwe album, maar ook om die veertig jaar Loïs Lane met allerlei anekdotes. Toen Loïs Lane twintig jaar bestond, gingen we ook al het theater in en daar kijken we nog altijd met een goed gevoel op terug. In die tijd begon het net een beetje op te borrelen dat popbands naast de clubs ook in de theaters stonden. Nu zijn we dat gewend, dus is het een mooie reden voor ons om het nog eens te doen.’
Suzanne: ‘We’re ready to move again!’
Ready To Move van Loïs Lane is vanaf 3 oktober verkrijgbaar
Fotografie: Mark Uyl
