De naam Richard Marx zal vooral bij de generatie die opgroeide in de jaren tachtig herinneringen oproepen. De Amerikaan scoorde in Nederland aan het einde van dat decennium een drietal hits, waaronder Right Here Waiting. In zijn thuisland staat hij inmiddels op een imposante veertien nummer-1 hits (als zanger en liedtekstschrijver) en voor zijn eveneens veertiende studioalbum, getiteld After Hours, gooit Marx het over een geheel andere boeg: jazz!
Marx heeft voor ongeveer de helft van de tracks zelf de pen ter hand genomen. De overige songs zijn bekende(re) werken die terug te vinden zijn in het Great American Songbook: een canon van Amerikaanse jazz- en musicalnummers uit de periode tussen de jaren twintig en zestig van de vorige eeuw. Eén naam die daarin veel opduikt is die van Gershwin. Broer George componeerde en zus Ira schreef het lied Love Is Here To Stay waarmee Marx zijn album aftrapt.
Wie Marx wat uit het oor verloren is de afgelopen decennia zal het opvallen dat hij lager, ronder en meer ingehouden soulvol zingt dan hij op zijn 80’s-Powerballads deed. Als je de lichte rasp – die de stem van Marx zo karakteriseert – even wegdenkt en luistert naar de gecontroleerde ademhaling en de licht fluwelige zang, valt op met hoeveel aangename gelijkenis hij zingt als George Michael op bijvoorbeeld Patience of Jesus To A Child. Een ander lied op After Hours dat evenzo duidelijk in het verlengde van Michael ligt, is Not Like This. De intimiteit en emotionele dosering hadden bij Michael iets engelachtig aristocratisch. Marx is in dat opzicht directer, aardser. Minder perfectionistisch zo je wil.
All I Ever Needed is een door Marx geschreven jazz-lied waarbij een voltallige big band jazz-uitrusting uit de kast is getrokken. Het lied laat zich qua arrangement wat hangen naar Have You Met Miss Jones uit 1937 en blinkt uit in charme en speelplezier. Moeilijk om een glimlach en klein danspasje te onderdrukken, want dit lied is overduidelijk met de nodige lol tot stand gekomen. Dat zal ook het geval zijn bij het opnemen van een duet met Rod Stewart, maar dat is geen garantie wordt snel duidelijk als je Young At Heart hoort. Marx klinkt alsof hij met zijn twintig jaar oudere ik zingt.
Ook het lied Magic Hour zit er net naast. De Cubaanse ritmesectie werkt simpelweg niet en bij een track als Forgot To Remember overschreeuwt Marx zich lelijk. Alsof zijn stem gedestilleerd is uit een rockopname en geplakt is op een jazzopname. Niet fraai. Wel fraai is de verstilde uitvoering van Fly Me To The Moon, waarvan de meesten de Sinatra-versie zullen kennen. Marx kiest voor een late-night benadering waarin hij voor en achter de muziek zingt, zoals Sinatra, zoals Michael deed.
After Hours moet het niet van de arrangementen hebben. Die proberen een te breed palet aan smaken te bedienen en dat lukt de ene keer succesvoller en smaakvoller dan de andere keer. Nee, After Hours moet het hebben van de kwaliteit van de stem van Marx. Hij hoeft allang niet meer te bewijzen dat hij kan zingen. Hierdoor lijkt hij een soort ruimte gevonden te hebben om een verteller te worden. Eén met een zijdezachte kant en een rafelrand. Als een George Michael die te lang is blijven hangen in een Rod Stewart-café.
