Een album beoordelen begint vaak bij de hoes. Met één beeld kan een artiest de luisteraar al een bepaalde richting opsturen en verwachtingen scheppen over wat volgt. De cover van Happiness Anytime voorspelt weinig goeds: Leon Bridges dobbert moederziel alleen op een bootje midden op zee, zoekend naar een koers. Het blijkt een waarschijnlijk onbedoelde, maar eerlijke metafoor voor het album. Waar Bridges normaal bekend staat om zijn sterke en karaktervolle platen, klinkt hij hier opvallend stuurloos en inspiratieloos.
Valt er dan iets slechts te zeggen over het album? Eigenlijk niet. Sterker nog: elke track klinkt uitstekend geproduceerd, de melodieën blijven gemakkelijk hangen en het lijkt voor Bridges onmogelijk om een slechte noot te zingen. Juist daarom is het lastig te verklaren waarom Happiness Anytime lang niet dezelfde impact maakt als zijn vier voorgangers. Het probleem lijkt vooral in de verwachtingen te zitten. Op zichzelf klinkt opener Light The Way bijvoorbeeld prima, maar naast Bridges’ eerdere werk verdwijnt de track al snel in de schaduw.
De tracks Tears of Joy en Illusion vormen zelfs een stap in de verkeerde richting. Dat Bridges niet bang is om met zijn geluid te experimenteren, weten we inmiddels, maar dit is de eerste keer dat zo’n experiment niet helemaal werkt. De nummers, die een stuk swingender zijn dan zijn gebruikelijke werk, lijken net iets te veel van zijn fluwelen stem te vragen. Het klinkt alsof Bridges meedoet aan een choreografie waarvan hij de passen net niet goed genoeg heeft ingestudeerd.
Your Love Is Electric is dan weer precies het soort nummer waarop Leon Bridges op zijn best klinkt. Het tempo zakt wat in, zijn stem krijgt meer warmte en de ingetogen uithalen komen daardoor des te harder binnen. Alles klinkt natuurlijk en moeiteloos. Juist daarom wringt de rest van het album soms. Hoewel het valt te prijzen dat Bridges blijft zoeken naar nieuwe geluiden, hadden meer nummers als deze niet misstaan. Op een groot deel van de plaat lijkt hij zichzelf onnodig uit te dagen, alsof eenvoud die zijn muziek kenmerkt niet langer genoeg is. Terwijl juist die moeiteloosheid is zijn geluid hem altijd zo bijzonder maakt.
Op titeltrack Happiness Anytime is de invloed van Bridges’ samenwerkingen met de gitaarband Khruangbin duidelijk terug te horen. De ingetogen track swingt verrassend sterk en is, zonder denigrerend te klinken, het soort nummer dat moeiteloos een gezellige koffiezaak kan vullen. All Day, All Night met Lydia Kitto is daarentegen een nummer waarin de puzzelstukjes niet helemaal in elkaar vallen. De harmonieën tussen beide stemmen zijn prachtig, maar de instrumentatie onder het refrein rijmt net niet met hun stemmen.
En zo kabbelt het album eigenlijk verder. De ene track werkt goed, de andere net niet helemaal. Niets is slecht, maar niets maakt echt indruk. De diepgang die Bridges op Leon zo nadrukkelijk opzocht, lijkt hier grotendeels te ontbreken. Afsluiter Please Don’t Say Goodbye is daar misschien wel het beste voorbeeld van. Bridges vraagt een geliefde om hem niet te verlaten, maar veel verder dan het herhalen van de titelregel komt hij niet. Alsof hij erop vertrouwt dat zijn stem de rest van het werk wel doet. Helaas blijkt zelfs voor Leon Bridges een mooie stem niet genoeg als je verder weinig te zeggen hebt.
