In Grief or in Hope van BIG|BRAVE komt net te vroeg om eindelijk, na jaren wachten, de aangekondigde equalizerfunctie voor je Apple AirPods eens goed te kunnen testen. In hun alweer tiende poging om een ieder te overtuigen dat een tapijt aan vervormde klanken en fraaie vocals echt wel tot mooie muziek kan leiden, is het tunen van wat kanaaltjes op een equalizer van je koptelefoon of versterker bij het beluisteren van dit album echt geen overbodige luxe.
In hun laatste proeve van bekwaamheid revancheert de band uit Montreal (Canada) zich gelukkig wel op weergaloze wijze van het volledig onbegrepen album voor een niet bestaande film: OST. En pakt de band de draad weer op van de albums daarvoor. Ook wel een draad die op de grond lag na de twee laatste albums van Low. Een band die helaas op zijn hoogtepunt, door het overlijden van Mimi Parker, op hield te bestaan. Maar met hun laatste twee albums, Double Negative (2019) en HEY WHAT (2023), in diezelfde vervormde muzikale vijver (ook wel aangeduid met slowcore), aan het vissen waren als BIG|BRAVE.
De revanche is mede te danken aan de weer veel meer op de voorgrond tredende bijdragen van zangeres en gitarist Robin Wattie die met mede gitarist Mathieu Ball, bassist Liam Andrews en drummer Tasy Hudson zorgdraagt voor het experimentele metal noise drone geluid van de band. En nee, Wattie heeft niet die engelenstem van Low’s Parker, maar gelukkig wel een heel prettige eigen klank.
Die komt nog niet zo tot uiting in de lange openingstrack What May Be The Kindest Way To Leave. Dat is meer een track waarin de band het album in de grondverf zet. Maar des te meer in A Shape of Shame. Met haar stevige uithalen kleurt ze dit nummer bovenop de vervormde gitaren op geheel eigen wijze in. In mindere mate is dat ook het geval op The Ineptitude for Mutual Discernment waar ze met overslaande bevende, soms ook woeste stem soms iets weg heeft van Sinead O’Connor. Als je bijna genoeg dreigt te krijgen van de sonore gitaarmuur ebt de track juist fraai verstild weg.
Holding Tongue begint met een wonderschoon, haast lichtvoetig klankspel dat uitmondt in een dromerige ambient track. Opnieuw vervormde gitaren maar een beduidend tandje rustiger. Maar daarop volgt gelijk Verdure met zijn alles overrompelende industriële monotone beat. Opnieuw met Wattie in de hoofdrol, lijzig zingend over dingen die ze wil vertellen als ze nooit meer zou kunnen spreken: ‘There are things I like to say/… /How to think of all those years I were to never speak again.’
Het bijzondere aan An Uttering of Antipathy is dat Watties stem in haar uithalen niet te onderscheiden is van een gitaar. En het opmerkelijke aan Skin Ripper is hoe mooi Watties geneurie als een deur past binnen die alles overheersende muur van geluid.
In de slot- en titeltrack vraagt Wattie zich af: ‘For the life of me – it’s all I have/So I thought I’d – I could try again/When does one feel the most/Is it in grief or is it in hope? Een emotioneel slotakkoord van een emotioneel album waarin BIG|BRAVE hun unieke geluid verder polijsten met nadrukkelijke focus op gitaar en zang.
Muziek is vaak fascinerend. BIG|BRAVE is daar een goed voorbeeld van. De band maakt muziek die maar weinigen fantastisch zullen vinden. Het merendeel van de luisteraars die eraan worden blootgesteld zullen het ‘niet te harden’ muziek vinden. Vervolgens speelt de band het ook nog eens klaar om het gedeelte van de luisteraars dat wel fan is tijdelijk van zich te vervreemden met een mislukt soundtrack experiment. Met In Grief or in Hope stelt BIG|BRAVE hun fans echter gerust. Dat uitstapje was eenmalig. Op naar de verdere perfectie van hun ‘niet te harden’ muziek.
