Samenwerkingen tussen artiesten voor het goede doel zijn niets nieuws. We Are The World, Do They Know It’s Christmas en het Nederlandse Als Je Iets Kan Doen domineerden de hitlijsten toen ze uitkwamen om geld in te zamelen voor hongersnood of een natuurramp. Nummers met goedbedoelde intenties, maar niet altijd muzikaal even spannend. Om geld in te zamelen moet je voor zoveel mogelijk mensen acceptabel zijn, wat vaak geen indicator is voor echt goede muziek. De artiesten van War Child Records kijken daar net iets anders naar. HELP(2) is een vervolg op The Help Album uit 1995, van grote Britse en Ierse artiesten als Paul McCartney, Oasis en Radiohead. HELP(2) gaat voor het grootste deel voor nog iets minder bekende, maar muzikaal ijzersterke artiesten.
Kijkend naar de lijst van muzikanten en bands op HELP(2) zie je namen die vaak hoge ogen gooien bij recensenten, zoals Wet Leg, Fontaines D.C., Big Thief of Cameron Winter. Ook gigantische artiesten als Olivia Rodrigo, Arctic Monkeys en zelfs Depeche Mode hebben hun bijdrage geleverd. Dat er kwaliteit geleverd zal worden, kan je wel voorspellen. En daarin wordt niet teleurgesteld. De meeste artiesten geven al hun energie en talent om een goede track af te leveren om geld in te zamelen voor War Child.
Alle nummers, of het nu een nieuwe track of een cover is, gaan op enige manier over het goede doel. Bij Don’t Fight the Young van rap-trio Young Fathers zie je in de titel al kritiek op het betrekken van kinderen bij oorlog, maar ook Sunday Morning (origineel van The Velvet Underground & Nico) krijgt in de versie van Beth Gibbons (zangeres van Portishead!) een heel andere lading. De teksten van de nieuwe nummers zijn over het algemeen erg sterk.
Muzikaal is HELP(2) in genres natuurlijk een erg wisselende ervaring. Dat zorgt ervoor dat er een zekere whiplash kan komen tussen nummers. Van de britpop van Pulp naar de r&b van Sampha naar de eigenwijze alt-rock van Wet Leg zorgt voor een zeker shock-effect. Je kan merken dat de nummers voor één album gemaakt zijn, maar de artiesten blijven dusdanig bij hun stijl dat de samenhang soms een beetje mist.
Andere artiesten hadden dan weer iets meer bij hun stijl mogen blijven. Helicopters van jazz-fusion-band The Ezra Collective is iets te slapjes en Relive, Redie is een typisch Big Thief-nummer dat het magische en epische van de band mist. Bij beide nummers wordt er net wat te veel ingeleverd op de unieke stijl van de bands waardoor de nummers wat onaf aanvoelen.
Waar sommige originele nummers worstelen met die balans, laten de covers op het album zien wat er mogelijk is als een artiest zijn eigen stijl volledig op oud materiaal loslaat. De afsluiter, Olivia Rodrigo’s versie van The Book of Love (origineel van Magnetic Fields, een grote hit door covers van Peter Gabriel en Gavin James), zorgt voor een heel mooi, rustig moment van overpeinzing. Say Yes van beabadoobee is een mooie en kwetsbare versie van het haast perfecte origineel van Elliott Smith. De beste track op het album is Black Boys on Mopeds, origineel door Sinéad O’Connor en gecoverd door haar Ierse landgenoten Fontaines D.C. Er zit hoorbare pijn en woede in het nummer; je merkt dat de band echt voelt wat ze spelen en zingen.
Dat is een grote lijn door de hele plaat. De artiesten lijken niet puur gekozen op basis van starpower, maar op hun passie voor waar HELP(2) aandacht en geld voor wil krijgen. Je voelt mee als luisteraar, je voelt de pijn die de artiesten in elk nummer willen overbrengen. Waar oude nummers voor het goede doel de plank soms wat missloegen en volgens cynici en critici daardoor nep voelden, is HELP(2) rauw en echt. Een waslijst aan artiesten waar menig recensent van watertandt, die nummers leveren die niet onderdoen voor hun ‘echte’ albums.
