Advertisement

A Very Good Year

It was a very good year, zong Frank Sinatra ooit eens. Ieder jaar duikt dit nummer tijdens de decembermaand wel ergens op. Is het niet in een nieuwsoverzicht, dan wel als weemoedige eindtune om het jaar uit te luiden. Desnoods neurie ik ´m voor mezelf, in mijn hoofd. Maar deze keer ben ik er niet zo zeker van of het lied recht doet aan het afgelopen jaar. Natuurlijk, elk jaar kent z’n ups en downs, en misschien is een very good year sowieso een tikje overdreven; alsof er geen enkel wolkje aan de lucht was. Gewoon een good year, dat past ook beter bij onze Hollandse instelling van gewoon doen, dan doe je immers al gek genoeg. A good year dus. Althans, dat had het kunnen zijn. Tot 13 november. Toen werd alles anders. De dag waarop 129 mensen de dood vonden bij de aanslagen in Parijs. 89 daarvan kwamen om in concertzaal Bataclan. Een plek waar je tot dan toe een paar uur los van de wereld was; een plek om even al je zorgen te vergeten, uit de sleur van alle dag te stappen, één te zijn met de muziek die vanaf het podium klinkt. Zo was het, in elke concertzaal in elke stad, en zo had het nog heel lang moeten zijn. Maar die dag veranderde er iets. Handgranaten en geweerschoten dwongen feest en muziek te veranderen in dood en stilte. Doodse stilte.

Vier Nederlandse jongens die bij het concert van Eagles of Death Metal waren, en het alle vier wonderwel overleefden, deden hun aangrijpende verhaal bij Humberto Tan in RTL Late Night. Ze vertelden hoe binnen een paar seconden de luide muziek had plaats gemaakt voor totale stilte. Een stilte die enkel werd onderbroken door het laden van Kalasjnikovs en het lossen van een schot. ´Die stilte tussen de schoten door was ondraaglijk,´ zei één van hen. De veilige wereld van een zaal vol gelijkgestemden was in een paar tellen verworden tot een hel die werd geregeerd door drie terroristen.

De muziek was het zwijgen opgelegd. In naam van Allah.

13 november leek een keerpunt te zijn. Verschillende artiesten gooiden de handdoek in de ring. Dat Eagles of Death Metal hun concerttour cancelde was niet meer dan logisch, maar ook de Foo Fighters, U2, Coldplay en Prince besloten niet meer het podium op te gaan. Wie wel bleef optreden, liet een legertje beveiliging voor de deur neerzetten.

Ik realiseerde me dat het op veel plekken in de wereld 13 november is. Dat die datum elke dag weer op de kalender staat. Waar de stilte regeert, muziek het zwijgen is opgelegd. Je kunt het je haast niet voorstellen, een wereld waarin je niet je eerste singletje koopt, geen herinneringen ophaalt aan die vakantie met de zomerse soundtrack van toen, niet nog eens dat ene plaatje opzet en terugdenkt aan de eerste keer dat je je eerste schreden op het liefdespad zette – of schuifelde. Een wereld waarin je niet je ongenoegen mag uiten, de liefde mag verklaren, de vrijheid mag bezingen in een lied. Even leek het erop dat ze dat alles op de knieën hadden gekregen. Maar dan hadden ze buiten de kracht van muziek gerekend. Want hoe ver de tentakels van het kwaad ook mogen reiken, de zoete kracht van een melodie sijpelt daar vroeg of laat tussendoor. In dit geval was het een man met een piano, vastgebonden aan een fiets, die de Boulevard Voltaire op reed, en voor de concertzaal stil hield. Begon te spelen. Een noot. Een akkoord. Een melodie. Er waren geen woorden nodig om het lied te herkennen. Geen woorden om de boodschap te begrijpen. Imagine. Stel je eens voor, een wereld zonder geweld. Dat er niets is om voor te moorden of te sterven. Een wereld waarin je je ongenoegen mag uiten, de liefde mag verklaren, de vrijheid mag bezingen in een lied.

Drie weken later trad U2 alsnog op in Parijs. Ze deelden het podium met de mannen van Eagles of Death Metal. Ze waren misschien op de knieën gedwongen, maar die dag strekten ze hun benen en stonden weer op. Maakten muziek. In naam van de vrijheid.

Was het a very good year? Misschien niet. Maar zelfs na een zwarte pagina volgt een nieuwe bladzijde. En blijf ik hopen. Hopen op a good year. A very good year. Desnoods neurie ik het voor mezelf, in m’n hoofd.

Wat vind jij van deze plaat?