Als de titel van een album Splat! is, dan is er het vermoeden dat het hier gaat om een verfrissend energiek album. Met name ook door dat uitroepteken. Als je dan vervolgens ziet dat Deep Purple verantwoordelijk is voor die vermoedelijke verfrissende energie, begin je toch te twijfelen.
Deep Purple is de heavy metal progressive rockband, die sinds de op oprichting in 1968 (!) verschillende reïncarnaties heeft ondergaan. Onder de kenners zijn die bekend als de Mark I, Mark II, Mark III, Mark IV,…. line-ups. Inmiddels zijn we in 2026, 58 jaar later (!), aanbeland bij de Mark IX line-up. Naast de sinds het vorige album aangetrokken jonge gitarist Simon McBride (47 lentes jong) bestaat deze line-up uit stokoude, maar alom gerespecteerde muzikanten als Ian Gillan (vocals), Roger Clover (bassist), Ian Paice (drums), en Don Airey (keyboard) die of wel de 80 jaar aantikken of daar dichtbij in de buurt zitten (!).
Genoeg uitroeptekens voor nu, en gelukkig hoef je niet tot de slot- en titeltrack te wachten om de energie in het album te ervaren. Sterker nog, de mannen gaan er in het eerste nummer gelijk volop tegengaan. Met een ongekende drive wordt het album geopend met Arrogant Boy. Wat zich in het begin nog als een redelijk recht-toe-recht-aan rocknummer laat aanhoren, verandert als snel in symfonische rock van de bovenste plank. Magnifieke gitaarsolo’s van McBride, virtuoze keyboards van Airey, en een fijne compositie zorgen voor een heerlijk begin van het album,
Die verfrissende energie waar je op gehoopt had en die in die eerste track bewaarheid wordt, laat de band eigenlijk nergens in het album los. Net als de fraaie solo’s op gitaar, keyboards en de nog altijd prima klinkende stem van Gillan. Wat opvalt is dat de band meer progressive rock klinkt dan metal rock en dat heeft alles te maken met de belangrijke rol die Airey’s keyboards speelt in veel van de tracks. Het Hammondorgeltje is op veel tracks nadrukkelijk aanwezig.
Als er al van een rustpuntje sprake is in de 13 tracks die het album omvat, is dat het tinkelende piano-intro en -outro in Guilt Trippin’. Maar ook in deze track wordt er in het middenstuk vol op het orgel gegaan. Guilt Trippin’ is de enige track die ook wat langer duurt dan de drie tot vier minuten die de band neemt voor de gemiddelde duur van een track op het album.
Guilt Trippin’ zou je daarmee ook kunnen kwalificeren als een moment van adempauze in Splat! Want hoe bewonderenswaardig de energie ook is die de band uitstraalt, het verfrissende begint zijn uitwerking te verliezen na een track of zes. En helaas, ondank dat adempauzemoment wordt de boel richting het einde van het album niet echt opnieuw opgefrist.
Daarmee wordt ook gelijk het manco van het album duidelijk. De energie is te eenduidig, de tracks lijken toch vaak te veel op elkaar. Als je na een behoorlijk aantal luisterbeurten de meeste van de tracks niet echt van elkaar kan onderscheiden doet dat toch afbreuk aan het album als geheel.
Bewonderenswaardig is dit 24e album van Deep Purple om eerdergenoemde redenen zeker. Maar ergens bekruipt je het gevoel dat de rockers, ondanks hun energie en ervaring, niet meer tot echt vernieuwende uitspattingen in staat zijn. Misschien is dat maar goed ook, want voor de die-hard fans zal dit album erin gaan als zoete koek, en daar is op zich niks mis mee.
Splat! is vrijdag 3 juli beschikbaar.
